20160414-blog-horeca-interieur-journey.jpg
Gabbers
- 16 november 2018 door Edwin -
Eind tachtiger jaren vorige eeuw danste ik heel even mee in de dancehype, toen een betrekkelijk nieuwe loot aan de stam van de popmuziek. Een paar jaar later raakte ik al gitaarspelend verstrikt in de garagerockscene. Ook mooi. Dance bleek toen niet meer zo vanzelfsprekend voor mij.

Dance is here to stay. De NPO zond onlangs een drieluik uit over dertig jaar Nederlandse dancescene. De uitzendingen zijn nog terug te kijken. Een aanrader, want het is een rete-interessant stukje pophistorie.

Ik had het niet verwacht, maar ik heb een zwak voor gabberhouse. Hard, hakkend, snel, bot, lomp en onbegrepen. Vooral dit laatste, het onbegrip, maakt het tot een aantrekkelijke tegencultuur, die niettemin angst inboezemt. Als ik gabbers zag, maakte ik me zorgen. Ik dacht dat ze niet meer te redden waren. Tegelijk was ik er een beetje bang voor; de kale koppen op strakke lijven associeerde ik onterecht met skinheads, met neo-nazi’s .

Veel ouders moeten ten einde raad zijn geweest, wetende dat hun kind nachtenlang doorhakt op snoeiharde beats waarover rioolstemmen ‘NAAR DE KLOTE’ brullen. Precies dat maakt gabber als jongerencultuur zo aantrekkelijk: wil je het begrijpen, dan moet je erin mee. Veel pubers en adolescenten voelden dat haarfijn aan.

Ik vraag mezelf af of gabber ook iets betekent heeft in de herwaardering van indertijd verafschuwde, want kille en verlaten, industriële feestlocaties. Kale loodsen en fabriekshallen waren vanaf het begin het ideale decor voor haknachten. De snoeiharde machinale beats klonken er vertrouwd. Zijn de industriële details in het huidige interieurontwerp deels terug te voeren op het weemoedig terugverlangen van verstokte gabbers van het eerste uur?





snoeiharde
machinale
beats
menu