20141206-blog-horeca-interieur-gezonde-food-concepten.jpg
Vrij baan voor creativiteit
- 28 november 2018 door Edwin -
Censuur is niet per se een domper op de creativiteit. Als je er goed over nadenkt is het voor vrije geesten zelfs een aanjager ervan.

De Amerikaanse filmindustrie onderwierp zichzelf van 1934 tot 1968 aan censuur uit vrees voor overheidsingrijpen. In de eerste dertig jaren van de twintigste eeuw waren films niet zelden behoorlijk ruig op zedelijk gebied; corruptie, seks en geweld werden in veel rolprenten niet veroordeeld. Het conservatieve deel van de natie sprak zich in toenemende mate tegen deze 'duivelse' praktijk uit.

Voormalig minister Will H. Hays presenteerde omstreeks 1934 in opdracht van enkele kopstukken van de filmindustrie zijn Hays Code, waarin letterlijk stond wat niet meer mocht op het witte doek. Dat bijvoorbeeld seks en godslastering vanaf dat moment uit den boze waren, laat zich raden. Maar dat er een verbod kwam op rassenvermenging in film, dat wil zeggen een ban op verhoudingen tussen blanken en zwarten, kunnen we onszelf nu moeilijk voorstellen. Toch was het zo.

Tot vorige week had ik nog nooit van de Hays Code gehoord. Het was regisseur Martin Koolhoven die me op het bestaan ervan wees in zijn informatieve televisieserie over film De kijk van Koolhoven. Deze serie is nog terug te kijken op het web. Doen, zou ik zeggen, want Koolhovens enthousiasme is onweerstaanbaar.

Volgens Koolhoven was de Hays Code niet louter een vloek. In zijn serie laat hij voorbeelden zien hoe bepaalde regisseurs de censuur op bijzonder vindingrijke wijze een hak zetten. De code deed dus ongewild een beroep op de creativiteit. Ik denk dan ook dat er heel veel censuur nodig is om creativiteit uit te schakelen. Sterker nog, censuur is niet tegen creativiteit opgewassen. Nooit, op geen enkele wijze. En toch is censuur ongewenst.





een
onweerstaanbaar
enthousiasme
menu