20160202-blog-horeca-inrichting-smaak.jpg
Huilen in de bus
- 5 december 2018 door Edwin -
Een vriend brengt zijn dagen door in een kantoortuin op de zesde verdieping. Hij krijgt er geld voor. Ik moest maar eens langskomen, want misschien hadden ze ook iets voor mij. Hij wuifde mijn twijfel weg door te zeggen dat zijn kantoortuin toch echt anders was dan andere. "Ik weet zeker dat het interieur je zal aanspreken." Hoe slim! Hij sprak me aan op mijn kinderlijke nieuwsgierigheid. Ik ging overstag. We blokten een uur op een maandagmiddag.

Het kantoorpand staat in het krioelerige stadscentrum, dus ik ging met het openbaar vervoer. Ik liep het stationsgebouw uit en zag mijn bus al klaarstaan. Zitplaatsen genoeg, maar toch ging ik naast een jonge studente zitten. “Hoi!” zei ik verrast. Ze reageerde terughoudend, ze kende mij niet. Ik meende haar wel te herkennen als een vriendin van mijn dochter die in dezelfde stad studeert. De naam van mijn dochter deed geen belletje bij haar rinkelen, maar brak wel het ijs. We raakten aan de praat.

Op haar mobieltje las ze een bericht over kinderprotesten in Australië. Ze liet me een foto zien en keek me niet geheel zonder verwijt aan. “Vind je dit nou niet gênant?” vroeg ze. “Kinderen die volwassenen op hun verantwoordelijkheid wijzen.” Een dag eerder had ik al van het protest gehoord. De kinderen willen dat de overheid meer doet voor het klimaat. Ik knikte en zei het inderdaad een beschamende toestand te vinden.

“Ik heb er last van,” zei ze. “Overal hoor ik doemverhalen van kritische denkers en nergens zie ik iemand iets doen. Ja, natuurlijk gaan al die hotemetoten van klimaattop naar handelstop. Maar ik zie niets gebeuren. En ondertussen blijven de verhalen over de slechte toestand van de wereld zich maar ophopen. Wat moet ik doen? Red ik de wereld nu ik geen vlees meer eet?”

Om eerlijk te zijn, wist ik niet wat ik moest zeggen. Ze zou er niet bij gebaat zijn als ik zou toegeven dat ik mezelf een slappeling voel. Dus ik zweeg. Vreemd genoeg leek ze mijn zwijgen te begrijpen. Ik denk dat ze inzag dat ik inderdaad een slappeling ben. Ze sabelde me niet neer.

“Ik heb er last van,” herhaalde ze. “Vorige week reed deze bus een halte voorbij waar een man – ik denk een zwerver van Syrische afkomst – met uitgestrekte hand naar de inzittenden reikte. Wat er precies gebeurde weet ik niet, maar ik begon te huilen en kon niet meer stoppen. Ik voelde me zo ontzettend machteloos.”

Ze keek me aan. Haar blik vroeg om een antwoord. Ik had haar willen vasthouden, misschien dat dat wat wereldpijn zou verzachten. Omdat ik bang was als perverseling aan de schandpaal te worden genageld, hield ik mijn armen bij me, mijn handen slap op mijn knieën. Een mechanische stem in de bus noemde mijn halte. Ik stond op, keek haar vluchtig in de ogen en zei: “Sorry, ik moet eruit. Komt goed, geloof me.” Dit was alles wat ik te zeggen had.

Mijn vriend ontving me met open armen in zijn prachtige kantoortuin. “We werken hier trouwens geheel klimaatneutraal,” liet hij zich trots ontvallen terwijl hij een porseleinen mok in de koffieautomaat schoof. “Zwart, toch? Jij drinkt ‘m toch zwart?”




ik
ging
overstag
menu