20160613-blog-horeca-interieur-oplossingen.jpg
Kaascafe
- 7 december 2018 door Edwin -
Maastricht heeft een kaascafe in haar centrum. Mijn dochter nam ons ermee naartoe. We hadden wat te vieren en zij mocht kiezen. Ze is het levende bewijs van het feit dat liefde voor kaas erfelijk is.

Dat tafeltje achterin? Ja hoor, zegt de gerant, neemt u er gerust plaats. De gerant is een twee meter lange, dunne man. Hij draagt donkerbruine bretels over een ruim zittend wit overhemd. Als we goed en wel zitten, komt hij vragen naar onze wensen. We willen kaas en liefst een bijpassend drankje. Hij schat ons in voor een kaasplank met een vijftal lokale kazen. Lokaal mogen we ruim opvatten, wat betekent dat er drie uit verschillende Belgische streken komen en een uit Noord-Holland. Speciaalbier en port acht hij passend. Koffie niet, dus zoonlief waagt zich aan een tripel.

Mijn dochter heeft warme herinneringen aan dit café. Ze had zich aangesloten bij de kaasclub van haar studentenvereniging. Deze club proefde de kazen voor. Hun selectie wordt opgediend tijdens enkele van de vele feesten.

Ze was krap bij kas, sterker nog, ze had geen cent te makken, dus ze had haar kaasclubgenoten vooraf laten weten dat ze hen die avond niet zou vergezellen naar dit café. “Hoewel, heeel misschien sluit ik later nog aan,” eindigde ze haar app-bericht. De rest zat er al een uurtje of drie toen ze rond zessen daadwerkelijk aansloot. Acht uur later wankelde ze met een paar andere volhouders naar buiten, zestig euro armer dan ze al was.

De gerant brengt het plankje en de drankjes. De kazen zijn voortreffelijk, in mijn speeksel weken hun smaken langzaam uit het vet los om zich zonder opdringen mondbreed te manifesteren. De eerste slokken van mijn tripel werken zoals ze ontworpen zijn, dat wil zeggen: stimulerend op het gelukscentrum in mijn brein. Ik lijk te smelten, de wereld kent geen zorgen meer. Het verhaal van mijn dochter ontkoppelt me van de werkelijkheid. Licht jaloers verlang ik terug naar vergelijkbare kroegzitten. Dagen waarop je jezelf belooft de eeuwig onaangepaste te blijven. Werken is voor de dommen, ik leef voortaan op de pof. Er valt een glas port over het verliefde stel aan het tafeltje naast het onze. Ik kom weer bij zinnen en besef dat mijn belofte van weleer loos is gebleken. Braaf werk ik voor mijn centen. Ik mag het gelag hier betalen.

De gerant lost het portprobleem op sociaal vaardige wijze op. Mijn dochter legt haar hoofd op de schouder van haar moeder en zegt dat ze het zooo gezellig vindt, dit. We doen nog een kaasplank en verlaten hiervoor de regio. Drie Franse kazen, één Italiaanse en een Spaanse. O wonder van smaak. We doen er nog maar een drankje bij.

Ongeveer een uur later staan we daglichtschuw buiten. Het bloed stroomt niet, maar zweeft door onze aderen. Hoe gaan we naar huis? Gaan we eigenlijk wel naar huis?





gaan
we
naar
huis?
menu