20140927-blog-horeca-inrichting-voor-bier-drinkers.jpg
Snel een kroegje doen
- 12 december 2018 door Edwin -
Thuis kan ik ook drinken, dus drank is geen reden om naar de kroeg te gaan. Er moeten andere redenen dan alcoholica zijn om je heil te zoeken in de 'ca' van horeca. Praten is er een van, hoewel dat thuis evengoed mogelijk is. Misschien is de voornaamste reden wel het onder de mensen zijn, jezelf tussen fijn volk bevinden. Een andere belangrijke reden is dat je onder scrupules naar huis kunt gaan als de drank je parten begint te spelen.

Ik moest echt een keer langskomen in het Eindhovense café Burgers. Liefst op een vrijdag vanaf een uur of vier. Een onorthodoxe tijd, die, als je er even over nadenkt, eigenlijk ideaal is. Roel, de man die me verzocht dit café een keer aan te doen, vertelde me dat het kan gebeuren dat daar binnen een paar uur al het geesteslichtje uitgaat of toch minstens op een lager pitje gaat branden. Een veelbelovend vooruitzicht.

Dagretour

Om half drie stap ik op mijn fiets. Het miezert. Klam stap ik drie kwartier later het Bossche stationsgebouw binnen. Ik ruik naar natte hond. Er worden nog papieren kaartjes verkocht. Dat is beter voor mij. Ik betaal de automaat voor een dagretour omdat ik er vanuit ga dat ik tegen zeven uur weer in de trein terug zit. Snel naar het perron van spoor zes. De trein vertrekt pas over ruim vijf minuten. Toch staat er al een intercity met zijn neus richting de lichtstad. “Is dit Eindhoven?” vraag ik aan een conducteur. “Waar bent u geweest, meneer?” reageert hij met een spottend lachje om de mond. “Dit is ’s-Hertogenbosch!”

Peukje op de lip en nog een laatste kwartiertje op lekke gympen door de Eindhovense miezer. Iets voor vieren zit ik aan de bar in een kroeg met geel-paarse wanden van spaanderplaat. Asbakken op tafel en tikkende radiators. Het interieur doet me denken aan dat van kraakpanden: alles bijeengeraapt en zelf gemaakt, alles overschilderd met restpartijen fleurige lak. Dit voelt goed.

Anderhalve euro

Klokslag vier uur stapt Roel binnen met in zijn kielzog Stijn, Noor, Raimon en Brian, een punkrockzanger uit de USA. Stijn bestelt zes bier en Roel legt me de enige regel voor dit samenzijn uit: “Als je bier gaat halen, breng je voor iedereen mee.”

Anderhalve euro voor een fles Gulpener. We tikken de flessen tegen elkaar. “Zullen we?” zegt Roel. Ik vind het prima, maar wat gaan we zullen? Volgens Roel zijn we nog niet op de plek waar we moeten zijn. Het gebeurt hier in een achterkamertje.

Met Roel, die de deur opent, voorop stappen we een ruimte van krap zes bij tweeënhalve meter binnen. Een derde van die ruimte wordt ingenomen door platenkasten. Middenin staat een halfrond barretje waaraan zo’n zes mensen vrolijk zitten te tutteren aan een tripel of een standaard Gulpener. Achter het barretje zit een zestiger met een volle grijze baard en een verder nagenoeg onbehaard hoofd. Dit is Hans, wordt me snel uitgelegd. Hans doet de muziek, hij is blij ons te zien.

Naadloos aanhaken

Het werkt hier als volgt: als je een plaat wilt horen, trek je er een uit de kast en geeft die aan Hans. Hij legt de plaat vervolgens op de stapel die voorbij gaat komen. Als het bier op is, word ik (of een ander) geacht terug te lopen naar de bar in de ruimte waar ik binnenkwam.

Ik bevind me in goed gezelschap. De komende tweeënhalf uur valt het gesprek niet stil. Hoofdonderwerp is muziek, mijn favoriete onderwerp. Af en toe komt er een nieuwe bezoeker de piepkleine ruimte binnen. Deze voegt zich naadloos in het gesprek. Opvallend is dat ik me een dag later weinig van de gesprekken herinner en toch had ik het er ontzettend naar mijn zin. Tussen mensen zijn, tussen gelijkgezinden en welgezinden, daar gaat het hier om.

Leeg goed

Mijn eerste fles is nog niet leeg of Noor steekt haar lege fles naar me uit bij wijze van vraag of ik nog bier wil. Een woordeloos verzoek waarop ik met opzichtig knikken antwoord. Anderhalf uur later staan overal in de platenkasten lege bierflessen. Iedereen haalt bier en niemand bekommert zich om het leeg goed. De persoon naast me vraagt of ik een hijs van zijn joint wil. Ik pas met de opmerking dat ik rechtovereind naar huis wil. Ook goed. Hier mag dus gerookt worden. Als ik vraag waar ik mijn peuk moet laten, zegt de persoon naast me dat er wel ergens een leeg flesje staat.

Ik had mijn vriendin beloofd dat ik voor acht uur thuis zou zijn, zodat zij met een vriendin naar de bios kon en ik de oppas voor onze jongste zoon zou zijn. Ik was te laat, doch slechts tien minuten en dus geen probleem. Sterker nog, mijn vriendin had niet verwacht dat ik die dag überhaupt nog thuis zou geraken. Een dubbel geslaagde avond: belofte nagekomen en een van de mooiste kroegen in tijden bezocht. Om half vier in de nacht appte Roel dat hij blij was dat hij naar bed kon.




restpartijen
fleurige
lak
menu