20160324-blog-horeca-interieur-piepen.jpg
Een schichtig lichtje
- 7 januari 2019 door Edwin -
De vibe in cafés vlakbij treinstations is anders. Meer geruis van jassen, sowieso meer jassen die dicht blijven. Tassen die nauwlettend in de gaten worden gehouden, ritsen geopend en weer gesloten. Deze cafés zijn rustpunten in een reis. Maar de rust is nog niet in de bezoeker neergedaald. De bediening houdt er rekening mee. De bediening is gepast terughoudend.

We zitten allebei te wachten. Ik op de trein en zij op iemand. Tenminste, ik denk dat ze op iemand wacht, want zeker weet ik het niet. Haar jas hangt aan de kapstok, ze wacht niet op de trein. Ze ziet er picobello uit, niet zakelijk. De jonge vrouw van de bediening komt eerst naar mijn tafeltje en schrijft een koffie op. Dan loopt ze naar de wachtende vrouw een paar tafels verderop. Nog geen koffie voor haar, maar zo meteen wel, maak ik op uit haar bewegingen.

Een slanke vrouw, halfweg dertig, gekleed in een couture van zijdeachtige stoffen die haar bewegingen iets lichts geven, een vlinder. Maar ze beweegt niet veel; ze wacht, kaarsrecht. Haar handen liggen op haar schoot. Op tafel ligt haar mobieltje loodzwaar te wezen. Heel langzaam en voorzichtig beweegt ze haar hoofd om de zaak in zich op te nemen. Pas na tien minuten merkt ze mij op. Ze knikt en legt om haar mond iets wat op een glimlach lijkt, maar wat door zenuwen geen glimlach wil worden. Ik knik vriendelijk terug en doe alsof ik me weer in het boek, dat voor me op tafel ligt, verdiep.

Mijn boek is een psychologische thriller. Ik vind er niks aan, maar kon thuis in de gauwigheid niks anders vinden. Een stoere rechercheur met een opspelend drankprobleem probeert een moord op te lossen. De rechercheur is er een van het tobberige soort, waarschijnlijk daarom zijn drankprobleem en waarschijnlijk heet het boek daarom psychologisch. Een vriend van me vertelde me hoe hij detectives op tv kijkt. De persoon die geregeld voorbij komt en die je in eerste instantie niet met de moord associeert, heeft het uiteindelijk altijd gedaan. Ik lees het boek met die insteek, ik zoek naar het minst in het oog springende personage en wijs die aan als dader. Ik ben benieuwd.

Misschien is de wachtende vrouw ook een dader. Haar lichte nervositeit zou op een misdaad kunnen wijzen, een misdaad die nog begaan moet worden. Een bankoverval of een bomaanslag. Ze wacht op een signaal via haar mobieltje. Ze zit nog steeds kaarsrecht. Heel even haalt ze een hand van haar schoot om ermee een haarlok terug achter de oorschelp te leggen. En dan wacht ze weer.

Rinkelend wordt er een kop koffie voor me neergezet. Ik begin zoals altijd met het koekje. De rechercheur botst tegen iemand op die voor een etalage van een groot warenhuis staat. De man kijkt nijdig om en beent weg. De rechercheur meent het gezicht te herkennen. Ik denk dat we hebben kennisgemaakt met de dader.

Het scherm van het mobieltje licht op. Het gezicht van de wachtende vrouw doet hetzelfde. Schichtig kijkt ze om zich heen – ik knik nog maar een keer als onze blikken elkaar treffen. Ze pakt het ding van tafel, beroert het scherm en leest aandachtig. Een paar tellen later kijkt ze op van het scherm en staart rechtuit de ruimte in, minutenlang. Hierna legt ze behoedzaam het mobieltje terug op de vertrouwde plek. Ze buigt licht voorover, zet haar ellebogen op het tafelblad en legt haar hoofd zachtjes op de toppen van haar tien vingers. Dan sluit ze haar ogen.

Tijd om te gaan, mijn trein komt zo. “Een misdaad,” zeg ik tegen mezelf als ik de zaak uitloop en nog een laatste blik werp op de wachtende vrouw wier hoofd nog immer op de vingertoppen rust. “Je bent een rotzak als je niet komen opdagen voor een afspraak met zo’n verfijnd schepsel.”




ik
knik
vriendelijk
menu