20160411-blog-horeca-interieur-gewoonte.jpg
Friet sate en een loempia
- 17 januari 2019 door Edwin -
Cafetaria's heb je overal en volgens mij is het concept altijd nagenoeg hetzelfde. Je gaat er heen voor het zo snel mogelijk stillen van de honger of de lekkere trek. Met dit doel bezocht ik vorige week een friettent in Bakel. Ik at er inderdaad mijn buik rond, maar het bezoek had meer weg van een sociale happening.

Bakelse betonman Harrie had me ingehuurd voor een klus in het buitengebied van zijn woonplaats. Betonvloerenwerk trekt zich weinig aan van dagelijkse routines: je eet wanneer het uitkomt en met een beetje pech gooit het ook je slaapritme in de war. Het karwei zou ons nog tot ongeveer half tien ’s avonds bezighouden. Net toen ik begon te fantaseren over de pasta pesto die thuis voor me klaar zou staan, zei Harrie: “Kom, we gaan naar de friettent!” Ik zat al in de auto.

Familie-uitje

Een paar minuten later rijden we het centrum van Bakel in. “Ze gaan het opnieuw inrichten,” zegt Harrie terwijl we de shoarmazaak passeren waar we een half jaar geleden wat aten en waar ik wel moest opbiechten dat ik vegetariër was geworden, iets waar hij overigens niets van begreep. “Waarom doe je jezelf zoiets aan?”

Net voordat we de cafetaria binnenstappen vertelt hij dat zijn twee kinderen, zijn vrouw en haar ouders al binnen zijn. “Elke woensdag eten we hier.” Ik ben niet mensenschuw, maar vind het wel belangrijke informatie. Ik klop snel nog wat cementstof van mijn kleren en handen en uit mijn schaarse haar.

Volle bak

De zaak is vol, echt vol. Om de deur te kunnen openen moeten de mensen die voor de counter op hun bestelling staan te wachten een beetje inschikken. De tafel waaraan Harries familie al zit te eten heeft gelukkig nog twee stoelen vrij. Ik groet zijn familie en zeg dat ik eerst mijn handen wil wassen voordat ik me aan hen zal voorstellen. “Da’s prima, Edwin,” zegt Tanja, Harries vrouw. Ze hadden me kennelijk al verwacht.

Na de voorstelronde schuift Tanja mij de menukaart onder ogen. “Ze hebben ook vegetarische snacks,” licht ze toe. Hierna richt ze zich tot haar ouders voor enige uitleg over mijn nieuwe eetgewoonte. “Jouw vader is toch boer?” vraagt Tanja vervolgens weer aan mij. Ik bevestig met een knik en zeg: “Boer geweest, ja. Toen ik hem vertelde dat ik geen vlees meer at, viel hij bijna van zijn stoel.” Tanja’s vader vindt dit heel grappig. Sowieso een goedlachse man. Met een lach vertelt hij over het bezoek aan het ziekenhuis samen met zijn vrouw eerder die dag.

Kunst met mayo

De cafetaria is niet groot. Een derde is keuken, een tweede derde is ingericht met zo’n twintig zitplaatsen en de resterende ruimte betreft de entree voor de koelvitrine annex bestelbalie. Het is er een komen en gaan van klanten. Iedereen groet elkaar bij binnenkomst en bij het verlaten van de zaak. Een oudere man stapt de zaak binnen en wankelt op een been omdat hij voor zijn andere zo snel geen plaatsje kan vinden. “Het lijkt hier wel voor niks,” mompelt hij en loopt door naar een vrije stoel in het zitgedeelte. Hij draagt zo’n donkerblauwe jack die veel loonwerkers en bouwvakkers dragen; lekker warm en bestand tegen lichte regen. De rits is tot aan zijn kin gesloten en dat laat hij zo.

Mijn oog valt op een schilderij linksboven de plek waar de oudere man zit. Geen abstract schilderij. De kunstenaar schilderde een zak patat tegen een blauwe achtergrond. Op de zak de naam van deze zaak. Het is geen sterk werk, maar de mayonaise op de friet ziet er wel levensecht uit. Pasteus, glanzend en appetijtelijk. Zou het echte mayo zijn? Maar dat bederft toch? Als ik het van dichtbij bekijk, zie ik dat de artiest een tube mayonaisekleurige olieverf op zijn geschilderde frietjes heeft leeg geknepen. Als ik weer ga zitten, vraagt Tanja wat ik daar deed. “O, even dat schilderij bekijken,” antwoord ik. Harrie duidt mijn gedrag voor de anderen aan tafel: “Ja, jij houdt wel van kunst en zo, toch?” De kinderen luisteren al niet meer, want inmiddels heeft een klasgenootje met haar moeder plaatsgenomen aan de tafel achter me. Ik stort me op mijn friet saté met loempia die zojuist op een bord voor me is neergezet. Er zit kip in de loempia. Was ik even vergeten. Gelukkig ben ik niet vies van vlees. Hopelijk ziet niemand het.

Dooreten jongen

Het gesprek beweegt zich nu over meerdere tafels tegelijk, sterker nog, het breidt zich uit over de gehele binnenruimte van de cafetaria. Iedereen kent elkaar en wil praten. Harrie dwingt ondertussen zijn zoon om ook dat laatste kippendrumstickje af te kluiven. Zoonlief houdt lang stand. Harries dochter heeft zich op haar stoel omgedraaid om met het klasgenootje achter haar te praten. Ze is wijs genoeg om wel de frikandel op te eten en niet de frietjes. Het zal een oude gewoonte zijn: vlees eet je hoe dan ook altijd op.

De oudere man zit inmiddels lekker langzaam van een frietje met te smullen. Er hangt een kloddertje mayonaise aan de kraag van zijn jas. Zou dat van het schilderij gedropen zijn? Tegenover hem heeft een andere man plaatsgenomen. Volgens Tanja is dat een acteur. Ik vraag maar niet in welke film of serie ik hem kan zien want in het drukke sociale verkeer ben ik achter geraakt met eten. Onze tafel is al bijna helemaal afgeruimd en ik heb nog een kwart van mijn portie te gaan. Ik werk gestaag door terwijl Tanja opstaat en aanstalten maakt om met de twee kinderen naar huis te gaan. Een nieuwe klant schuift aan om een praatje te maken met haar vader. Harrie staat al bij de koelvitrine om het gelag te betalen.

Flirt

De eigenaresse laat de kassa rinkelen en Harrie bekijkt de bon. “Weet je zeker dat je niks vergeten bent?” vraagt hij op de hem kenmerkende licht spottende toon, een flirterige toon. “Helaas niet,” antwoordt de eigenaresse met een schalks glimlachje. Wat een genot om hier te zijn, het lijkt wel of hele dorpse gebeuren hier op een paar vierkante meter is samengepakt. Als ik opsta om mijn jas aan te trekken, word ik meteen als een bekende aangesproken. Als ik achter Harrie aan de zaak uitloop, wensen de mensen mij nog een fijne avond en sluiten ze af met een knipoog en een welgemeende hoop op een spoedig weerzien: “Tot de volgende keer!”





tot
de
volgende
keer
menu