20160203-blog-horeca-interieur-gebakken-lucht.jpg
Op de markt
- 31 januari 2019 door Edwin -
Of ik lakens kan vouwen? Natuurlijk kan ik lakens vouwen. Ik loop de maandagse markt van Uden op en meteen vraagt een marktvrouw of ik handig ben met beddengoed. De lakens blijken een blauw zeil; ze breekt haar kraam op en kan wel wat hulp gebruiken. Samen vouwen we het klamme zeil tot een handzaam pakketje. Ik maak van de gelegenheid gebruik: "Beetje klandizie gehad met dit natte weer?"

“We mogen niet klagen,” zegt de marktvrouw. “Wij verkopen toch wel. Maar zie je die lege plekken? Die zijn altijd bezet, maar niet dus als het regent. Kun je niet maken, vind ik. Als klanten weten dat een derde van de kramen bij een beetje regen of kou wegblijft, dan blijven ze zelf ook weg. Maar goed, het zal de nieuwe generatie zijn. Die heeft het eerder koud.”

Gezellig druk

Volgens mijn vader is de Udense markt al minstens 63 jaar – want zo lang woont hij in de buurt – een drukbezochte. Tot voor kort kwam hij er zelf wekelijks. Op de kaaskoning of -keizer na liep hij de kramen voorbij om in een van de vele kroegen rondom de markt te gaan zitten. De Udense markt is namelijk een sociaal gebeuren. Hij tipt Café ’t Stulpke en Ons Cafeej; zonder reden kies ik voor de laatste. “Zorg dat je er rond de middag bent, want dan is het gezellig druk.”
Ik neem plaats aan een hoge tafel in de uitbouw van Ons Cafeej met uitzicht op een vijftal bezette lage tafels. Aan de hoge tafel naast me leest een man de krant. Hij heeft een hoog voorhoofd en een flinke toef wit haar op zijn achterhoofd. Ik bestel een kop koffie.

Krent

“Hij heeft zijn schaapjes wel vier keer op het droge,” lacht een al even witharige man aan het tafeltje recht voor me. “Maar wat een krent is die vent.” Hij heeft het over een bekende Udense ondernemer. “Een paar jaar geleden. We gingen met een man of zes stappen en lapten een paar tientjes. Hij ging als eerste naar huis. Maar niet voordat hij zijn resterende geld uit de pot had terug gevorderd. Het ging over hoogstens een paar dubbeltjes.”

Gasstralers houden de uitbouw behaaglijk warm. De bomen rondom het marktplein zijn kaal. Het enige groen is van de van de olijfboompjes in grote bakken op het lege terras. Een vrouw aan de tafel voor me vertelt tegen de vrouw naast haar dat ze goed geslaagd is. Goed geslaagd is Brabants denk ik. Je zegt het als het winkelen succesvol was. Ze legt haar hand tevreden op een tas van de kledingzaak HoutBrox naast haar op de grond. Klein geluk dat ik herken van mijn moeder.

Kortaf

De meeste mensen kennen elkaar. Als iemand vertrekt, wordt er door achterblijvers geroepen en gegroet. “Sterkte de komende week, Els!” Een ontmoetingsplaats voor mensen die niet meer hoeven te werken. De jongste aanwezigen doen het werk. Zij nemen de bestellingen op die ze even later met een vlot en zwierig bewegen komen afleveren. “De koffie is voor meneer?”

Dansende dienbladen.

De man naast me reageert kortaf als ik hem vraag of het hier altijd zo druk is: “Ik zit niet alle dagen in de kroeg!” Hij houdt een gesprek af, richt zich weer op de krant voor hem. De enige reden om een praatje uit de weg te gaan, vermoed ik, is mijn geschrijf. Ik richt me weer op het vodje voor me en pak mijn mobiel erbij. Met de mailbox op het scherm in mijn linkerhand doe ik alsof ik de informatie eruit met mijn rechterhand opschrijf. Het werkt, ik word steeds onzichtbaarder. Zelfs het hondje onder de tafel links gromt niet meer naar me.

Dikmaker

Inmiddels zit de man die over de Udense ondernemer vertelde alleen. Hij drinkt zijn koffie uit, staart wat verweesd naar het scherm van zijn mobieltje dat hij met zijn dikke bouwvakkersvingers in ruste beroert en staat dan aarzelend op. Hij hinkepoot naar de man naast me.

“Hoe is het met je knie?” vraagt de man met de witte toef op zijn achterhoofd.
“Als het zo doorgaat laat ik ‘m eraf halen.”
“Wat? Jouw knie?”
“Ja, nee, weet je, ach…”

Het gesprek verandert van koers als een dolend spookschip. De man met de witte toef blijkt sinds een paar maanden gestopt met roken. “Roken is een dikmaker.” Hij is een paar kilo kwijt en voelt zich beter nu. Zijn gesprekspartner is ook niet zwaarder geworden. Hij heeft weliswaar een buik, maar die had hij altijd al. De man met de toef knikt en zegt dat hij zijn motorpak nog heeft liggen.
“En, pas je er nog in?”
“Nee joh! Ik kreeg mijn been niet eens meer in de pijp. Verbaasde me wel, want sinds ik mijn motor wegdeed, doe ik zowat alles op de fiets.”

Perfecte combi

Ik sta op om af te rekenen bij de bar achterin. “Kan ik afrekenen?” vraag ik, tamelijk overbodig, aan een vriendelijke jongedame, die al plaatsnam achter de kassa toen ze me zag aankomen. “Tafel 17,” zegt de jongen die mijn koffie bracht. Hij zit aan de bar en kijkt op van zijn telefoon waarop hij Whatsapp checkt. “Mooi café,” complimenteer ik de jongedame. “Goeie sfeer.” Weer een andere dame van de bediening stelt me voor om over een maand terug te komen. “Dan is hier alles veranderd, alles nieuw.” Ik zeg dat dat toch niet nodig is, alles nieuw. “O, jawel hoor. Gewoon terug komen en weer gaan zitten schrijven.” Ze knipoogt.

Een minuut later weet zij wat ik hier doe en weet ik hoe zij de kost verdient. Ze werkte tot voor kort fulltime in het basisonderwijs. Dit werd door gedoe in de privésfeer teveel. Nu werkt ze nog twee dagen op school. De rest van haar centen verdient ze hier in de bediening. “Een perfecte combi. Geeft me veel rust.” En weg is ze, naar tafel 17, waar een chique vrouw de kaart bestudeert.





koffie
voor
meneer
menu