Alle begin moeilijk?

- 27 September 2017 door Edwin Timmers -

Je moet ergens beginnen. Ook als je een feest organiseert. De achterkant van een luciferdoosje of een bierviltje lenen zich perfect voor vastleggen van de eerste ideeën. Haast is geboden, want voor je er erg in hebt zijn de gedachtespinsels alweer vervlogen. De eerste krabbels zullen best slordig zijn, en dat mag ook.
Naast het welbewust neerpennen van ruwe gedachten bestaat er een onbewuste variant van gekrabbel: de droedel of, in Engels, doodle. Een beetje doelloos kliederen in de kantlijn. Ik denk dat iedereen het wel eens doet.

In mei van dit jaar bezocht ik Kunstmuseum Basel in – o verrassing – Zwitserland. Een prachtig museum, lekker ruim en met een collectie die, verdeeld over drie locaties, minstens vijfhonderd jaar bestrijkt. Een van de drie wou ik bezoeken, maar hoe leg je dat uit aan de vrouw achter de kassa. Ik begon in wrakkig Duits met fragmenten Engels en Nederlandse boventonen. De vrouw wist gelijk waar ik naartoe wou, maar liet me uit leedvermaak gewoon even aankloten. Toen de eerste zweetdruppels op mijn voorhoofd parelden, merkte ze droogjes in keurig Nederlands op dat ik het best in het Nederlands mocht vragen.

Krap een uur later passeerde ik Study for Presence of a Myth van Cy Twombly. Het raakte me meteen. Dit werk dateert van 1959 en meet 178 bij 200 centimeter – afbeeldingen ervan vind je op het web. Als je het ziet, denk je wellicht dat ik niet goed wijs ben. Hoe kan een verzameling doodles, krabbels en aanzetten op een enorm doek iemand raken? Zoiets kan een tweejarig kind toch ook?

Misschien was het eerste dat me trof de lef van de kunstenaar. Lef is belangrijk voor een artiest die zijn eigen weg wil gaan. Maar misschien is het herkennen van lef iets te rationeel om erdoor geraakt te worden. Misschien vond ik Study for Presence of a Myth gewoon lekker. Ruim bemeten rommelige eyecandy zonder centrum.

De doodles op het grote witte vlak zijn ondanks de schijnbare achteloosheid geconcentreerd geplaatst. Ze zijn inderdaad kinderlijk en speels, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Twombly zei daarover het volgende: “My line is childlike but not childish. It is very difficult to fake…to get that quality you need to project yourself into the child's line. It has to be felt.”

Toch denk ik dat Study for Presence of a Myth me vooral raakte omdat het één heel groot begin is, waarbij de witheid van het doek de frisheid van beginnen benadrukt. Het werk is misschien wel de achterkant van een joekel van een biervilt. Het zoeken naar een begin, het zoeken naar de aanwezigheid van iets, een nieuw verhaal, zit trouwens ook in te titel. Alle begin moeilijk? Dit begin is voortreffelijk.
terug

op

bierviltje

of

luciferdoosje