Als ik jou was

- 06 June 2017 door Edwin Timmers -

Als ik jou was, zou ik dat hout, ja, dat rode met die lange nerf, daar neerleggen.Doe ik.

Nee. Nee-nee, niet daar. Daar!
Waar?
Daar, bij die stapel van twee pallets.
Doe ik.
O, nee, wacht! Daar komt Ahmed. Daar, in die Zastava met aanhanger. Gooi de helft van deze stapel maar op zijn aanhanger. De rest mag bij de stapel van twee pallets. Okay?
Kee.

“Als ik jou was, zou ik drie in plaats van twee planken tegelijk meenemen. Scheelt meters. Je bent zo te zien sterk zat.”
“Dank je. Doe ik.”

“Misschien moet je Ahmeds aanhanger wat sneller laden. Ik zie hem fronzen. Wachten vindt ie niet fijn. Studentje zeker?”
“Wie? Ahmed?”
“Nee, jij.”
“O ik! Ja. Biologie, tweedejaars.”
“Als ik jou was, zou ik wat minder denken. Dan gaat het sneller. Dit werk is niet moeilijk.”
“Minder denken, zegt u?”
“Ja. Niet denken nog beter.”
“Als ik u was, zou ik mijn mond maar eens dichthouden.”
“Zo-zo, meneertje heeft praatjes.”
“Het is voor uw eigen bestwil.”
“Jongeman, luister goed. Ik ben hier de baas. Bevalt het je hier niet, sodemieter dan maar op.”
“Dat begrijp ik, meneer, maar uw mond dichthouden is echt het beste wat u op dit moment kunt doen.”
“Probeer je me voor de gek te houden?”
“Waarom zou ik, meneer? Ik studeer biologie, zoals ik al zei. Entomologie om precies te zijn, insectenkunde.”
“Da’s mooi. Ga nu maar weer verder met waar je mee bezig was. Ahmed begint onrustig te worden.”
“Doe ik. Toch wil ik u er nogmaals op wijzen dat u maar beter uw mond kunt dichthouden.”
“Waarom! Zeg me waarom ik dat zou moeten doen!”
“Daar ligt Spaans eiken en daar Noors grenen. De bastkevers van beide houtsoorten komen elkaar nooit tegen, behalve, u raadt het al, bij houthandels. Deze kevers kruisen wonderwel en leggen hun eitjes in kadavers. De larven hebben echter vers bloed nodig. Dit bloed vinden ze in dieren die kadavers schoonkluiven. De larven kunnen springen – meters ver – door zich te buigen als een boog en dan plots te ontspannen. Zo springen ze de bek van een kadaverkluiver binnen.”
“Dus jij wilt zeggen dat ik de bek van een kadaverkluiver heb.”
“Haha!”
“Pas op je woorden jongeman!”
“Doe ik. De larven zijn heel klein, miniatuur vampiertjes zogezegd. Evengoed kruipen ze uit het ei in een dode aasvlieg. En als ik het hout bekijk dat hier is opgeslagen, zie ik er aardig wat dode vliegen op zitten. Ook zag ik u met open mond planken op uw schouder dragen. Ik maak me dus oprecht zorgen.”
“Uh, nou, uh … laad jij Ahmed, dan ga ik even mijn mond spoelen.”
“Niet nodig hoor, mond spoelen. De larven hebben veel zuurstof nodig. Als je gewoon je mond dichthoudt, stikken ze.”
terug

dicht

snaveltjes

toe