Bezoek het toilet

- 07 February 2020 door Edwin Timmers -

Series kijken kost een hoop tijd en levert weinig op. Niet meer doen dus, besloot ik op oudjaarsavond. Toch trapte ik er weer in. In twee avonden jaste ik de HBO-serie Chernobyl erdoorheen. De interieurs en het straatbeeld in de serie troffen me. Oekraïne en Rusland in de tachtiger jaren, de architectuur en de vormgeving van het Oostblok. Strijp-S in Eindhoven ademt die sfeer, zeker nu het miezert.


Het Klokgebouw is een betonnen kolos met een klok in de top. Onder andere popcollectief POPEI is erin ondergebracht. Helemaal aan de andere zijde van het pand zit het Blue Collar Hotel, waarover straks meer. POPEI heeft een eetbar op de begane grond. Hier zitten vaak vooral jonge, extraverte muzikanten een broodje te eten en wat te drinken. De wind jaagt om het gebouw. Van buitenaf, door de enorme stalen kozijnen zie ik een groep jongeren aan een hoge tafel zitten en staan. Een van hen staat in het wilde weg op een gitaar te rammen. De hoge ruimte is ingericht met afwisselend hoge en lage zithoeken. Hier hangt de sfeer van een jongerensoos, met dat verschil dat er veel daglicht binnenvalt. De lange bar is onbezet. Ik vraag de jongen met zijn gitaar of de bar open is. Hij denkt van niet, dus ik ga weer verder.

De hoek om zie ik het Ketelhuis, dat, zoals de naam al aangeeft, ooit dienst deed als ketelhuis en nu een horecafunctie heeft. Het is een prachtig bakstenen gebouw en in die zin een anomalie op Strijp-S waar beton de toon aangeeft. Op dinsdag, lees ik op een bordje, is het Ketelhuis gesloten. Ik ga weer verder over de voormalige productielocatie van Philips die Strijp-S is. De miezer wordt wat dikker.

“Een wijventent,” zo noemt een vriend de lunchroom Bagel & Juice. Hij heeft een voorkeur voor een verderop gevestigd speciaalbierencafé. Bagel & Juice is de favoriet van zijn vriendin, maar daarmee niet per se een ‘wijventent’, wel is het een zaak waarvan het interieur iets meer tijd vraagt om het te doorgronden. Het is er behaaglijk warm.

Vanachter mijn tafeltje met marmerprint op een formica blad kijk ik door de hoge glazen wanden naar buiten. Aan de andere kant van de straat met gescheiden rijbanen staat het nieuwe pand van Sint Lucas, de school die iedereen vroeger als de grafische school kende. Tussen de twee rijbanen een best brede groenstrook met bomen die nu kaal en iel zijn, maar die in de zomers die komen gaan een steeds lommerrijkere impressie gaan geven. Ik zit op een oude projectstoel, zo een die hard kleppert als je hem over de vloer schuift. Rugleuning en zitvlak van triplex, donkerbruin en gelakt, middels popnagels op een zwart stalen frame bevestigd.

Het interieur is nergens uitgesproken, niet het resultaat van radicale keuzes. De basis is een hoge ruimte met aan alle kanten al even hoge glazen puien in een voormalig betonnen industriepand. Om de sfeer prettig te maken, is gekozen voor materialen, kleuren en objecten die te boek staan als warm en gezellig. Hout dus, veel hout, en zeshoekige, overwegend bruin-rode tegeltjes. De bar is bekleed met ruim gespatieerde latten van – gevonden aan zee? – verweerd hout waarop een witmarmeren blad ligt.

Twee zorgeloze jonge vrouwen ploffen neer in de zalmroze fauteuils naast me. Zalmroze franjes verhullen de poten. Ik zoek naar vragen voor een interview met een man die in een onzichtbaar domein van de zorgsector werkt. Ik wil weten of de wereld ooit het resultaat van zijn nobele werk gaat merken. Wordt de wereld er zonniger van?

Weinig mensen op straat, af en toe een fietser, zwaar trappend, over het stuur gebogen. Chernobyl. Stemmigheid dieselt, maar houdt zich gedeisd. Het wordt vanzelf lente. Ik heb zin in een jonge klare.

Een paar weken geleden ging ik langs bij DIT in Den Bosch. In de column over die zaak schreef ik niets over de schitterende toiletgroep naast de keuken in de kelder. Als het interieur van de toiletgroep een belevenis is, is de rest dat ook, dat besef ik nu opeens, terugdenkend aan DIT en rondkijkend in het toilet van Bagel & Juice. De wanden zijn er betimmerd met smalle, donker gebeitste en dik in de glanslak gezette houten latten. Ben ik op een schip? Of sta ik in het biljartcafé waar mijn vader veertig jaar geleden geregeld een balletje stootte? Het geheim van Bagel & Juice verstopt zich op de wc. Bezoek het toilet en zie dat het de interieurbouwer menens was.

Terug naar het Klokgebouw voor een jonge klare in de bar van het Blue Collar Hotel. De barman schenkt de jenever in een whiskyglas, niet wetende dat hij daarmee precies doet wat ik op basis van de inrichting van deze zaak verwacht. Ver weg, uit goed verstopte luidsprekers, klinkt blues.

terug

zin

in

een

jonge klare

Horeca interieur horeca inrichting Beleving in de horeca Circulaire interieurs terug