Blijkbaar moet je iets worden

- 15 February 2018 door Edwin Timmers -

Het beeld heb ik nog vrij helder. Ik zat in de vierde klas van de basisschool. Meester Van Stiphout, Henk voor zijn collega's. We moesten aan een 'project' werken. Een project hield in dat je een lap tekst schreef over een onderwerp naar keuze. De tekst verluchtigde je vervolgens met plaatjes uit tijdschriften, in mijn geval zou dat de Margriet moeten zijn omdat mijn moeder daarop een abonnement had. Ik ging voor iets technisch, misschien wel treinen, misschien wel treinen naar aanleiding van de treinkaping in Wijster. In de Margriet stonden geen plaatjes van treinen, dus waarschijnlijk verknipte ik alsnog, tegen beter weten in, de krant van mijn vader. Mijn tafeltje lag vol met opengeslagen boeken uit de schoolbieb. Ik vond dat heerlijk. “Ik wil later professor worden,” zei ik tegen mijn moeder. Professor is het niet geworden, maar een tafel vol boeken heb ik wel.
Op een website vertelt een puber dat hij vuurwerkaansteker wil worden. Vuurwerk aansteken is mooi, dus ik begrijp dat. Ik hoop dat het hem lukt.

Vanaf het moment dat je ontvet in je wiegje ligt, wordt er over je toekomst gespeculeerd. De tijd die voor je ligt, opgevouwen in een beroep. “O, kijk toch, die handen, net papa,” kirt tante Przwalski vertederd. “Die zal later timmerman worden, net als zijn vader.” Papa trots, hoewel hij niet tegen tante durft te zeggen dat hij al tien jaar technisch tekenaar is.

“Nee, dat is niks voor jou,” reageerde mijn moeder toen ik een paar jaar later als vrachtwagenchauffeur de baan op wilde. Nog weer wat jaren later, in het brandpunt van mijn pubertijd, groeide de activist in me. Ik koos uiteindelijk voor een iets burgerlijker activiteit: een studie milieukunde, vooral omdat dat niet fulltime was. En nu schrijf ik deze tekst als newborn vegetariër.

De knaap die per se kopstuk van een maffiaorganisatie wil worden. Ook al zowat. De zevenjarige die droomde van een carrière als achteruitloper omdat zijn vader zei dat hij goed kan achteruitlopen. Het kereltje dat zijn leven als trampoliner wou slijten en op dit moment zijn dagen doorbrengt in een schuttersputje dat hij vol overgave zelf groef als soldaat in opleiding. Mogelijk maakt hij ooit furore als coach van een curlingteam. Het is niet te zeggen.

Blijkbaar moet je iets worden. Ik hoop dat ik met mijn laatste adem nieuwe plannen ventileer: “In het hiernamaals word ik poortwachter, of wolkverzorger; onderhoudsmonteur van de gammele kachels in de hel, loverboy met een groot hart, of gewoon pensionado met een korte broek, genietend van vage synthesizermuziek…”
terug

pensionado

met

korte

broek