Bloedworst in een monument

- 27 February 2020 door Edwin Timmers -

Honderd keer of vaker voorbijgereden zonder te weten wat het was: het terrein van de voormalige leerlooierij aan de Almystraat in Oisterwijk. Met de bouw van het meest in het oog springende pand op het terrein werd in 1918 gestart, twee jaar na de oprichting van de NV Lederfabriek Oisterwijk door Chris van der Aa. Deze Van der Aa rook zijn kans toen de chemische industrie omstreeks 1912 synthetische looistoffen op basis van chroomverbindingen op de markt bracht en daarmee de weg vrijmaakte voor industrialisering van het leerlooiproces. In 1920 werd de fabriek van Van der Aa overgenomen door de Amsterdamse Ledermaatschappy NV, waarvan de afkorting ALMy een directe verwijzing is naar de Almystraat. Na opnieuw een overname in 1974 ging het bedrijf verder als Koninklijke Verenigde Leder, waarvan de afkorting KVL bekend is bij iedere inwoner van Oisterwijk.
In 2000 ging de fabriek failliet. De gemeente bleef zitten met een pront stuk schijnbaar onbruikbaar industrieel erfgoed en een fikse bodemverontreiniging met onder andere chroomverbindingen. Zo’n vijf jaar geleden werd gestart met de herontwikkeling van het terrein. Dinsdag jongstleden at ik een dikke boterham met bloedworst en zure appeltjes in de Keuken van Leer, een restaurant dat is gehuisvest in het pand waarvan de bouw in 1918 werd gestart en dat inmiddels een rijksmonument is. De Keuken van Leer wordt uitgebaat door Robèrt van Beckhoven, de bakker die BN’er werd dankzij het tv-programma Heel Holland Bakt.

Het KVL-terrein is de Oisterwijkse variant van het Eindhovense Strijp-S. Allebei plekken waar de geschiedenis als een zoele luchtstroom je brein penetreert. Ik neem plaats aan een hoge tafel in de Keuken van Leer en voel een onbedwingbare neiging tot speuren naar informatie over deze plek. Ik ruik de koeienhuiden die liggen te broeien in putten met goor water. Ik zie arbeiders met opgerolde mouwen en directeuren met hoge hoeden. Ik zing het liedje Factory Girl van de Rolling Stones en betrap mezelf erop dat mijn fantasie dreigt om te slaan naar een wat al te romantische inkleuring van het verleden. Toch zegt het iets over de manier waarop ik plekken als deze ervaar.

Een fabriekshal van zo’n vijftien bij dertig meter, dat was de basis voor de Keuken van Leer. Het plafond wordt gedragen door betonnen kolommen, afgewerkt met granol en, met uitzondering van de onderste blauwgrijze meter, witte verf. Blauwgrijs is de basistint hier en dat pakt goed uit omdat het rijmt met het Hollandse licht dat van alle kanten door de hoge, in ruitjes opgedeelde, ramen binnenvalt.

Een vrouw van de bediening brengt de spijzenkaart en legt me uit hoe ik kenbaar kan maken dat ik wil bestellen. Heb ik mijn keuze gemaakt, dan draai ik het lampje dat op mijn tafel staat om. Het licht van het lampje verandert hierop van wit naar rood. “Dit voorkomt dat elke gast onrustig naar ons gaat zitten zwaaien,” licht de vrouw toe. Want dat zwaaien was hier vanwege de drukte gemeengoed. De zaak is namelijk een groot succes. “Zonder reserveren kun je hier eigenlijk niet terecht,” gaat ze verder. “Toevallige passanten moeten we meestal teleurstellen.” Het is dinsdagmiddag, kwart voor een, en er zijn zo’n honderdvijftig gasten. Er kunnen er nog vijftig bij, schat ik.

De belichting is fraai. Spots werpen vanaf rails aan het hoge plafond blauw-groen licht op de tafels. Op een rij kolommen zijn zodanig tl-armaturen gemonteerd, dat ze hun witte licht via de kolom de ruimte in schijnen. Verder hangen aan het plafond degelijke zwarte staalconstructies van telkens zes gelig licht verspreidende lampen in een stalen trommel. Speels, robuust en industrieel. De interieurbouwer wist wat hij deed.

De keuken wordt van het eetgedeelte gescheiden door een lange bar die betimmerd is met ruwhouten latten. De latten zijn geverfd in de blauwgrijze basistint. Op de bar ligt een rvs blad en dat zie je niet vaak. Dit blad maakt de overgang van eetgedeelte naar de keuken vloeiender. Achter een deel van de bar staat het pronkstuk van de ruimte, althans, dat vind ik. Dit pronkstuk betreft een bijna vier meter hoge wand, helemaal bezet met verticaal geplaatste rechthoekige, witte tegels. Bovenop de wand zijn kamerplanten geplaatst en tegen de wand is een meterslange lichtbak geschroefd met de tekst KONINKLIJKE VERENIGDE LEDER in loodgrijze letters op melkglas. Een kunststuk dat de ruimte naar een hoger plan tilt. Ook verrassend mooi is de witleren gecapitonneerde buitenwand van de toiletgroep. Het witte leer neigt naar kitsch, maar kan best in een ruimte waarin vroeger leer werd verwerkt. Bovendien is deze bekleding aangebracht boven een blauwgrijze strook van een meter hoog, waardoor de wanden op eigenzinnige wijze perfect aansluiten bij de rest van het interieur.

De vloer is van beton, gevlinderd beton, waarvan de spiegelgladde toplaag is behandeld met een grove korrel op een boenmachine, waardoor een fijn motief van krullende krassen ontstaat. Een consequent doorgevoerde beschadiging is geen beschadiging maar een verfraaiing. Chapeau!

“Vindt u het leuk om samen op de foto te gaan?” hoor ik een vrouw van de bediening achter me vragen. Ik kijk om en zie dat een van de gasten zijn mobieltje aan de serveerster geeft. De man gaat weer zitten en kijkt zijn vrouw aan de andere kant van de tafel liefdevol in de ogen. De serveerster drukt af. Alert personeel, ook dat nog.

terug

voorkomen

dat

gasten

zwaaien