Bossche vrienden

- 26 April 2019 door Edwin Timmers -

Hoe ouder hoe gekker. Zou het? Kijk naar verkiezingsuitslagen en het tegenovergestelde lijkt eerder waar: hoe jonger hoe conservatiever. Wat is trouwens gek? Gek gedrag is afwijkend van de sociaal-maatschappelijke norm. Als bijvoorbeeld iedereen zou trouwen, dan is trouwen de norm. De enkeling die zich niet in de echt verbindt, zou dan de 'gek' zijn, de afwijking.
Een stel op leeftijd sekste altijd in de late avond. Nu hun kinderen de deur uit zijn, doen ze het in de ochtend. "Hoe ouder hoe gekker," verklaarde de vrouw de ommekeer.

Een vriend ging vorig jaar met pensioen. Gekker werd hij niet. Wel kan het hem nog minder dan voorheen schelen wat men van hem denkt. Een muziekliefhebber en als zodanig een veelvraat. Hij nodigde een stel vrienden uit voor een lezing over elektronische muziek, van ontstaan tot nu. We verzamelden om vier uur en zouden de luistertrip alleen onderbreken voor een restaurantbezoek om zeven.

Vier uur, een huiskamer, vijf mannen en twee vrouwen. Laatstgenoemden zorgen voor een andere, doch welkome dynamiek. Hun gevatte ironie en roldoorbrekend sarcasme zetten de man-vrouwverhouding op scherp. De mannen zijn serieus bereid mee te gaan in het verhaal over de experimentele ontwikkeling van de elektronische muziek. De twee dames ook, maar niet zonder de mannen een spiegeltje voor te houden. Bovendien wil een van de twee gewoon dansen.

Gert, de muzikale veelvraat, kocht onlangs een nieuwe, peperdure hifi-set, die klinkt als een klok. Verder heeft hij een koelkast vol halveliterblikken bier. Voor de liefhebbers is er wijn in twee kleuren. De vrouwen kiezen wijn, Gert wisselt bier af met wijn. De lezing begint bij Edgard Varèse, die zo’n zeventig jaar geleden al pioneerde met elektronisch gegenereerde klanken. Zijn tijd ver vooruit en niet bepaald popmuziek. De eerste lege bierblikken rollen reeds over de grond. De eerste sigaret roken we trouwens nog braaf buiten.

Tegen zevenen lopen we licht aangeschoten grollend naar restaurant Vrienden een paar honderd meter verderop. Als je genoeg aan elkaar hebt, hoef je niet per se van plaats te veranderen. Maar we moeten domweg iets eten. We krijgen een lange tafel achterin. Restaurant Vrienden is een grillroom, een overdekte BBQ. Het ruikt er verrukkelijk. Mijn maag meldt zich.

We praten en praten. Roy, met 35 jaar de jongste aan tafel, vraagt advies over zijn verbouwing. Veel verstand van bouwen heb ik niet, maar een stellig advies wil ik op z’n tijd wel geven. Hij vindt het een goed advies. Het ging over kozijnen. Staal of hout. Gepraat is als een kampvuur. Men wil niet dat het uitdooft.

Niemand herinnert zich precies de vlammen van een minuut geleden. Enfin, de gesprekken kabbelen voort. Ik neem de tijd om de andere gasten te bekijken.
Aan een tafeltje schuin achter me zitten een man en een vrouw, beide mid dertig en met een rock’n’rollkuif. Hun samenzijn verloopt stroef. Of het is een first date, of hun relatie hapert. Naast hen zit een wat ouder stel te smullen. Ze willen nog wat extra frietjes. Recht achter me zitten zes jonge gasten, allemaal nog geen dertig en allemaal met een baard. Ruim bemeten gezichtshaar suggereert iets stoers. Dit zestal heeft niets stoers. Een suf clubje met baarden die de leegte erachter verhullen. Achter de meisjes aan, scoren.

De twee vrouwen in ons gezelschap zijn de mindfulness voorbij. Fuck dat hedendaagse gebod van rustig aan doen. Zolang je partner niet zeurt, kun je je voor de volle honderd procent richten op je werk, dat je tenslotte alleen maar doet omdat je het leuk vindt. Deze benadering ken ik nog niet. Ik moet pissen.

Een dag eerder at ik in de tuin van De Witte Zwaan in Berlicum. Ik had een plek met overzicht. Een paar tafels verderop was een jonge vrouw permanent bezig haar kapsel in de gewenste vorm te kleien. Lang vol haar in meerdere tinten blond. Een lichtere lok vooraan moest als een gespreide vleugel het haar op het achterhoofd bedekken. Haar hand- en nekspieren hadden het er druk mee. Gelukkig was het een automatisme, want ze bleef haar vriendin onophoudelijk onder goedbedoelde adviezen bedelven. “Zeg het maar, hoor. Zal ik hem eens een keer bellen? Je hoeft het maar te zeggen. Zal ik het doen?”

Ondertussen bestudeerde ik mensen die naar het toilet liepen. Jonge mensen bewegen jeugdig, hun lichaam werkt mee, op- en afstapjes zijn een peulenschil. Daarom kijken jonge mensen altijd wat onzeker als ze andere tafeltjes passeren in hun gang naar het toilet. Omdat hun lijven nog soepel zijn en geen bron van zorg, hebben ze de weg vrij voor zorgen over hun verschijning, over de omvang van hun billen, hun buikje, de ladder in een kous. Ze hebben zorgen over de blik van de ander. Oudere mensen hebben die niet. Zij maken zich zorgen over hun broze ledematen, over hoe ze ongeschonden het toilet kunnen bereiken.

Fief huppel ik naar de plee en bots tegen de deur die geheel tegen mijn verwachting in naar buiten draait. Na de plas en de handenwas kan ik aan mijn gegrilde groentenstapel beginnen. Anja koos geroosterd buikspek, een opmerkelijke keuze, die me ondanks mijn vegetariërschap ontzettend nieuwsgierig maakt. Ik mag proeven. Een bijzondere consistentie. Tot in de diepste vezel gaar. Heerlijk. Gert heeft als eerste zijn glas bier leeg, dus bestelt een drankje voor iedereen. Gert is efficiënt, hij houdt niet van dralen.

De boomhoge jongeman van de bediening vind ons een grappig gezelschap. Misschien verstopte hij daarom de rekening onder een berg sabbelsnoepjes mintsmaak – een dag later ontdekte ik een handvol in mijn jaszakken. We delen de kosten en vertrekken als een kudde koeien die voor het eerst dit jaar de stal verlaat.

Buiten heeft een dronken vijfenzestig plusser zijn comfortzone verlaten. Hij omhelst willekeurige gasten die er op een stoel zitten te roken. Ze lachen om zijn wankele show, ze begrepen zijn toestand, die heel gewoon is in Den Bosch. Heel even kijkt hij om, onze blikken treffen elkaar. “Hey piemelke!” groet hij.

We zitten weer rondom de peperdure hifi-set en trekken een stel halveliters en een fles rode wijn open. Gert serveert Marieke, die languit op de bank ligt te appen, een glas rood. “Dank je,” zegt ze. “Maar ik heb eigenlijk liever wit.” Een paar minuten geleden wilde ze nog rood. “Maak niet uit,” reageert Gert. “Maak ik deze fles wel leeg en trek ik een witte open.” Als wijn begint te werken, gaat Marieke dit soort vermakelijke spelletjes spelen. Ze zoekt dan naar de grenzen van het betamelijke. Vorig jaar zat ik met haar in een kroeg toen ze uit het niets aan twee wildvreemde hippe kerels naast ons vroeg of zij haar ook op een heks vonden lijken. “Als jullie zeggen dat het niet zo is, geloof ik jullie niet. En trouwens, liegende mannen vind ik niet aantrekkelijk.”

“Mijn zaad is niet goed,” roept Roy terwijl hij een joint bouwt. Hij en zijn vrouw willen kinderen, maar het lukt niet. Marieke heeft de oplossing: “Gewoon zuipen. Jouw vrouw moet zorgen dat ze vaker dronken is.” Roy lacht, hij zal het zijn echtgenote voorleggen.

De joint gaat rond, ik neem een paar hijsjes. Kort daarop begin ik lekker op te gaan in de obscure techno die Gert uit zijn hifi-set laat walmen. “Ik wil geen kinderen, maar Jeroen wel,” brabbelt Marieke. “Je hoeft maar te zeggen dat je ze wilt en ik ga ervoor,” reageert Jeroen die met een stralende glimlach naast me zit te wiebelen op de boem van de techno. De gesprekken worden steeds scherper, maar ik doe niet meer mee. Ik zit dom te lachen. Laat de wereld maar leuteren.

terug

onder

een

berg

sabbelsnoepjes