Buitenleven

- 05 September 2019 door Edwin Timmers -

De camping ontwaakt, bedrijvigheid begint. Met een toiletrol onder de arm loop je druk groetend naar het gebouwtje met de natte vloeren:
Morgen!
Goeiemorgen.
Morgen.
Morrege!
Goeiemorgen.
Morning.
Morgen.

Boodschap gedaan en weer terug naar je tent:

Morgen!
Goeiemorgen.
Morgen.
Morrege!
Goeiemorgen.
Morning.
Morgen.

We zijn reeds dik een half uur onderweg in het toneelstuk ‘Lang en Gelukkig – maar dan anders’ in het zonverwarmde openluchttheater De Kersouwe in Heeswijk. Al vroeg in deze hele fraaie voorstelling komt bovenstaand tafereel voorbij. Een paar minuten lang liepen de ruim dertig acteurs op het grote speelvlak rond terwijl ze alles en iedereen een goede morgen wensten. Een hilarische uitvergroting van uiterlijke schijn. Iedereen voelt op zijn klompen aan dat achter dit masker van wellevendheid een hoop onmin schuilt. De camping als metafoor voor de maatschappij.

De Kersouwe draait op de inzet van zo’n honderdvijftig vrijwilligers. Dat is mooi, heel mooi zelfs. Nog mooier misschien is de locatie. Het theater ligt middenin de Heeswijkse bossen. En erachter, ook in het groen, staat de kantine met beregezellige bar en de kiosk, die eigenlijk ook een bar is. Tussen kiosk en kantine ligt een pleintje met een grintverharding. Op zwoele zomeravonden, als een band is uitgespeeld of een voorstelling gedaan, als de zon onder is, wordt dit plein verlicht met gekleurde lampjes. Soms staan hier dan honderden mensen na te praten. Soms klinken er klanken van herkenning: mensen die elkaar treffen na lang niet gezien. Anderen discussiëren over de band of de voorstelling, over cultuur in het algemeen. Op dergelijke avonden bruist het hier. Onvergetelijke avonden. Er wordt gedronken en als je goed kijkt, zie je van alles onder het masker van wellevendheid. Dingen die je in elke community ziet en die, als er een werkbaar evenwicht is, de community hecht en sterk maken. En dan is er nog het knarsen van het grint wanneer je als een van de laatsten over het plein de donkere bossen inloopt, lichtslingers volgend, op zoek naar je fiets. Een paar jaar was ik als vrijwilliger aan het theater verbonden.

Pauze. Druk groetend loop ik naar de kiosk voor een bekertje koffie:

Hoi.
Ach, hé, hoi!
Hallo.
Hoi.
Kijk nou, da’s even geleden.
Hallo.
Hé! Hoe is het met jou?
Hoi. Goed. En met jou?
Mag niet klagen, maar onze oudste…
Hoi!
Hoi. Een koffie graag.

Ik groet een man met wie ik ooit folders rondbracht. Een vriendin van mijn vriendin komt even zeggen dat ze er ook is. “Ik zie het,” reageer ik. Ze lacht en maakt zich uit de voeten. Ik loop naar een oom en een tante die ik hier niet zou verwachten en die ik lang niet gezien heb. De oom begint over mijn kinderen, over wat ze doen en zo. Hij gist hun namen en leeftijd, wat hij altijd doet en wat zijn vrouw ook altijd zichtbaar irriteert. Hun kleinkind zit op toneel. Een acteur van weleer vraagt me om een vuurtje, kijkt me in het gezicht en roept verbaast: “Hey, Edwin!” Ik noem hem Daan, maar dat blijkt zijn broer te zijn. Een vrouw van het bestuur komt me vertellen dat ik over twee weken nog eens terug moet komen. “Dan hebben we Wim Daniels. Vertelt over taal. Zal jou zeker aanspreken.” Een golfkarretje met twee hoofdrolspelers erin rijdt het plein op. Het grint knarst. Een van hen roept vol overgave in een megafoon dat de pauze voorbij is. De pauzerende meute loopt druk groetend achter het karretje aan terug naar het theater:

Hoi.
Ach, hé, hoi!
Hallo.
Hoi.
Kijk nou, da’s even geleden.
Hallo.
Hé! Hoe is het met jou?
Hoi. Goed. En met jou?
Kan niet beter.
Okay!
Ja.
Nou euh, tot een volgende keer maar weer dan.
terug

en

sterk

maken