Dankbaarheid

- 04 December 2017 door Edwin Timmers -

Mijn vriendin noemt me graag een elitaire bal. Misschien omdat ik gedichten aan de muur van de wc hang. Tijdens de zitboodschap een gedicht consumeren vind ik dubbel zinvol. Plotseling hing onderstaande spreuk over een van de gedichten. Houdt u vast:
"Wees DANKBAAR voor de kleine dingen, op een dag zul je beseffen dat het de GROTE dingen waren"

Ik piste pardoes naast de pot – hoewel ik zat. De spreuk is gesteld in de gebiedende wijs, wat het tot een gebod maakt, tot een na te leven wet, een plicht kortom. De eerste vraag die in me opkomt: wie bepaalt dat ik dankbaar moet zijn? De tweede vraag: wat zijn kleine dingen? Een mier? Een korreltje zout? Goeie vragen, Edwin, zeg ik tegen mezelf, trap niet in deze zweefklets.

Mijn vriendin heeft een abo op Psychologie Magazine. Dit tijdschrift schrijft vrouwen voor dat ze het rustiger aan moeten doen. Genieten van het moment en zo. Een periodiek met een gemoedsdempende missie. Alles overgoten met een slappe bouillon van wetenschap. De spreuk komt uit dit blad.

Zaterdagavond keken we samen een film. De kinderen waren niet thuis, dus we hadden, zoals dat heet, een momentje voor ons tweeën, een moment waarvan iedereen weet dat het goed is voor een relatie in deze jachtige tijd. Ik ervaar het voor de volle honderd procent anders. Films kijken is een liefhebberij – deze elitaire bal heeft natuurlijk een voorkeur voor ‘filmhuisrolprenten’. Ik ga niet op de bank zitten om vervolgens de tijd te doden met een dooie film van anderhalf uur.

“Ja maar Edwin, je hebt door die film dan toch een gedeelde ervaring?” Klopt. Voor je het weet zit je, ter deling van ervaringen, honderd afleveringen te kijken van een of andere kakserie op Netflix. Relaties zijn ook valkuilen voor afstomping. Waardeer nu eens eindelijk de jachtigheid van deze tijd. Ga naar een parenclub als je het echt niet meer weet.

De film titelde af en ik hield het niet meer: de vraag moest eruit. “Wat, euh, wil je eigenlijk zeggen met die spreuk op de wc?” Mijn vriendin begon te glimmen, ze had de vraag al eerder verwacht. Ze ging er eens voor zitten. “Nou, dankbaar bijvoorbeeld voor dit moment samen op de bank.” Er stak een jeuk op aan de binnenzijde van mijn schedel. “Besef je wel,” zei ik. “Besef je wel dat het een door en door christelijk gebod is.”

We hebben er een uur over gediscussieerd, dat wil zeggen, ik heb mijn lief een uur lang geprobeerd te overtuigen van mijn gelijk, preciezer, van de nietszeggendheid van de spreuk. Mijn opponent hield haar poot stijf: ze kende momenten van dankbaarheid. Ik mocht dat misschien ook tevredenheid noemen, maar ze ervaart die momenten toch echt als dankbaarheid. Verder kreeg ik de gangbare verwijten weer eens te horen: rationeel baasje, discussiërend op basis van wantrouwige aannames.

Men is dankbaar als hem iets gegeven is. Volgt u dit nog? Dankbaarheid veronderstelt een gever. Vroeger was god de grootste algemene gever, een genereuze onzichtbare entiteit. Voor mensen van de ChristenUnie is dat nog steeds zo, voor mijn vriendin niet. Dankbaarheid zonder gever is kolder. Mijn vriendin zegt dankbaar te zijn zonder een gever. Kolder dus.

Vandaag kwam ze thuis van haar werk. Ze kuste me. Bijzonder, want daar zijn we eigenlijk al te lang voor bij elkaar. Meteen wantrouwig werd ik niet, wel alert. “Weet je wat voor dag het vandaag is?” vroeg ze. Ik wist het met al mijn alertheid niet. “Vandaag is het de dag van de dankbaarheid.” Ze bewees dit met een berichtje van de website van, tada, Psychologie Magazine. Het tijdschrift wil Thanksgiving vercommercialiseren. Wantrouwen was dus te rechtvaardigen geweest. Thanksgiving, oftewel, de dag van de dankbaarheid. Valt het u ook op dat in het woord thanksgiving zowel het danken als het geven zit? Ja? Bank ze!
terug

op

de

wc