De binnenkant van mijn oogjes

- 24 January 2018 door Edwin Timmers -

Het ratelen van de deurbel slaat mijn concentratie aan diggelen. Da's waar ook, ze zou even wat af komen geven. Ik spoed me van de zolderkamer over twee trappen naar beneden en baal van mijn vijfdaagse stoppelbaard en de pantoffels aan mijn voeten. We hebben elkaar nog nooit in levende lijve ontmoet en de eerste indruk stinkt nu al. Daarbij komt het ook gewoon slecht uit nu. Ik zit middenin een artikel dat voor vier uur de deur uit moet.
Ik trek de deur open en wordt geconfronteerd met de personificatie van vriendelijkheid. We schudden elkaar de hand, ze geeft me de enveloppe en we babbelen wat. Al pratende komt ze steeds dichter bij me staan. Als ze bijna tegen me aan staat, steekt ze haar hoofdje even naar binnen. Ah, denk ik, ze wacht op een uitnodiging. Ik geef me gewonnen en loop, met een schuine blik op de klok, naar binnen.

Ze volgt me naar de huiskamer en geeft haar ogen goed de kost. We babbelen nog wat en opeens wil ze gaan. Haar ogen ogen zwaar, alsof ze het interieur erin heeft opgetast. Koffie hoeft ze niet. “Jij zult ook nog wel genoeg te doen hebben,” geeft ze als reden. Een paar dagen later hebben we opnieuw contact, dit keer per e-mail. “Ziet er leuk uit bij jullie, joh!” Ze blijkt nauwelijks in staat de perverse neiging tot binnengluren te onderdrukken. Een neiging die ik met haar en vele anderen deel.

Een ander soort binnengluren ervoer ik onlangs, hoewel minder pervers. Mezelf voorbereidend op een bijles biologie voor een student 5 VWO, leek het alsof mijn ogen zich opeens omdraaiden in hun kassen en een blik naar binnen wierpen. Ik heb aardig wat biologie verstouwd in mijn leerbare jaren, maar nog nooit kwam het zo binnen. Ik stroomde met mijn bloed mee door mijn nieren. Ik stond paf van de complexiteit van het menselijk lichaam. Ongelooflijk hoe al die processen op elkaar afgestemd zijn. Pis ontstaat niet zomaar. Om het uiteindelijk in geconcentreerde vorm te kunnen uitscheiden, is er ongemerkt heel veel gebeurd. Die twee bijlessen biologie maakten van mij een ander mens. Sindsdien heb ik een ingenieus functionerend lichaam, waaraan ik haast niet durf te denken omdat ik bang ben om van verbazing van mijn stoel te vallen. Wat een onvoorstelbare bedrijvigheid is er in mij. Altijd, zelfs als ik slaap.

De tandarts wou vandaag ook even binnengluren. Hij zette een zogeheten wangklem in mijn mond en stak een kunststof staaf met roestvaststalen top – formaat: jeugdige dildo – naar binnen. Hij maakte een 3D-opname (in full color) van mijn gebit zodat het produceren en plaatsen van een kroon op een afgekalfde kies goed zou verlopen. De opname was klaar en ik keek mee op het scherm. Wat ik zag was niet fris. Ik besloot beter te gaan poetsen.

De tandarts photoshopte de kroon tot de optimale pasvorm en gaf de freesmachine met een muisklik de opdracht tot het verspanen van een blokje kunsthars. Enzovoorts en samenvattend: missie geslaagd. Mijn tong kan sinds vanmiddag de perverse neiging tot het betasten van de gladde kroon niet weerstaan. Nee, ik bewonder het kunststukje niet permanent in de spiegel. Ik heb voorlopig genoeg gezien.

* De neiging tot binnengluren is heel normaal. Mensen willen zien of je binnenshuis net zo mooi bent als op straat. Neem vrijblijvend contact met ons op als je een interieur wilt dat mensen graag zien en waarin ze het liefst zo lang mogelijk verblijven
terug

koffie

hoeft

ze

niet