De Europese tijger

- 05 April 2018 door Edwin Timmers -

De soort die we nu de Europese tijger noemen, kwam in het eerste kwart van de eenentwintigste eeuw via de Middellandse zee bij Spanje Europa binnen. Waarschijnlijk als verstekeling aan boord van vrachtschepen. De laatste paar honderd waren opmerkelijk slim. Men noemde ze ‘smart survivors’, gewend aan een leven in de buurt van mensen zonder op te vallen.
Bloed deert de oorspronkelijke tijger niet; er moet ten slotte gegeten worden. De Europese tijger zag langzaam in dat eten zonder dat er direct bloed vloeit goodwill kweekt onder het niet verwilderde deel der mensen. Het is nog immer niet bewezen dat het feit dat de tijger dit leerde inzien een gevolg is van natuurlijke selectie of een gevolg van de ontwikkeling van een opportunistische moraal. Dit laatste is in aanleg aanwezig bij elk roofdier. Ze doden niet zolang hun maag gevuld is. Het gros van de bloeddorstige tijgers werd trouwens vroeg of laat door fanatieke jagers omgelegd.

In het eerste decennium van de tweeëntwintigste eeuw was de tijger een veel geziene straatgast. Men voerde ze met liflafjes of ze voerden zichzelf met ongedierte zoals cavia’s en chinchilla’s. Aangelijnde Europese tijgers zag je zelden. De krant berichtte soms over door tijgers verminkte baby’s. Dit werd nagenoeg altijd het baasje verweten. Een baby laat je nu eenmaal nooit met een tijger alleen, wat natuurlijk nergens op slaat, omdat de gemiddelde tijger niet geneigd is tot het verminken, of erger, tot het verschalken van een baby.

Tijgers hingen slapend over regentonnen of drapeerden zich lui over het smeedijzeren hek bij de ingang van het museum. Best schattig eigenlijk, die uitvergrote katten. Toch gaven niet alle mensen hoog op over dit dier. Felle tegenstanders noemden de voormalige rovers mino’s, Esperanto voor ongedierte.

“Van mij mogen ze die mino’s allemaal afmaken. Ik vertrouw ze niet. Daarbij zijn ze vuil, ze leven op straat. Het zijn rondtrekkende vlooiencircussen. Voor je pap kunt zeggen, neemt je vrouw er een in huis, zogenaamd omdat hij zo lief is. Ze fokken als konijnen.”

Geld had de mensheid in tweeën gesplitst. Geld was de sleutel tot het mensendom. Zij die geen cent hadden, verwilderden. Velen verwilderden en eenmaal verwilderd noemde niemand je nog mens. Ze lieten zich niet tellen – bovendien nam niemand de moeite – dus hun aantal is gebaseerd op schattingen die uiteenlopen van een achtste tot ruim een derde deel van de mensheid. De verwilderde mens werd ook mino genoemd. Ze hielden zich overdag altijd schuil, zwak en kwetsbaar als ze waren, verstoken van geld. In de nacht streed de tijgermino tegen de mensenmino. Sommigen beweren dat de tijger overdag koest was omdat hij zich ’s nachts voedde met mensenmino’s. Ook dit is nooit bewezen, want nooit onderzocht. Men vermoedt dat mensenmino’s leefden op een dieet van de ongekend bittere maar zeer voedzame wilde rucola met rauw cavia- en chinchillavlees.

Acht jaar geleden ging de eerste tijger naar school. Twee jaar geleden werd de eerste mensenmino gespot. Sinds vorig jaar hangen ze slapend over regentonnen. Als je ze blijft groeten, groeten ze na enige tijd terug.
terug

smart

survivors