De kunst van het buurten

- 24 May 2018 door Edwin Timmers -

Van een penvriend had ze een lovende brief ontvangen over het artikel, waarin zij de hoofdrol had, in het tijdschrift waaraan ik ook bijdraag. De penvriend blijkt een sterauteur, wat natuurlijk weer aanleiding genoeg is om er kond van te doen in de volgende editie van het tijdschrift.
De vrouw, een eenenzeventigjarige kunstenares, was bereid mij stukken uit de brief te laten lezen. Ik stapte op mijn fiets en even later zat ik tegenover haar in een schaduwrijke tuin. Boven ons maakten vogels een hoop leven.

Het gespreksdoel, zicht op de lovende woorden van de sterauteur, was in een paar minuten bereikt. De rest van de twee uur die we samen doorbrachten vloog alle kanten op. Deze vrouw praat net zo gemakkelijk en boeiend als dat ze de schilderkwast hanteert. Ze beheerst de vertelkunst.

Tot aan zijn dood ontfermde ze zich twee ochtenden in de week over een gerenommeerd filosoof. Een alleenstaande man met ‘autistische trekjes, hoewel dat toen nog niet zo werd genoemd’. Tegenwoordig wordt het label autistisch snel geplakt, merk ik. Dit zei ik haar. Ze staafde haar bevinding met anekdotes die mijn scepsis wegnamen. De hyperintelligente man was op z’n zachtst gezegd sociaal onhandig. Ze leerde hem op zijn zestigste hoe je iemand feliciteert onder begeleiding van drie kussen. Ze luisterde naar zijn hartverscheurende ervaringen uit zijn miserabele jeugd. Hij gebruikte haar als onvoorbereide sparringpartner voor zijn denkexperimenten. Hij brak haar verweer op soms onbeschofte – sociaal onhandige – wijze. Hij kon niet anders en zij begreep dat en bedekte zijn lompheid met de mantel der naastenliefde.

Haar ene zoon zit als kunstenaar in de lift, de andere reist als gevierd professor de wereld rond. Net als haar man schrijft ze columns en geeft ze lezingen. Ze vertelde en vertelde.

De mobiele telefoon vindt ze niks. Het ding staat hinderlijk tussen de mensen in, en het leidt de aandacht van de wereld weg. “Zouden ze met hun blik strak op het scherm die schitterende klaprozen zien, die magnifieke margrieten?” Bovendien denkt ze dat het vlugge uitwisselen van korte tekstberichtjes het creatieve schrijfproces, het goed en boeiend kunnen formuleren van een gedachte, geen goed doet. En ze denkt dat buurten, het maken van zomaar een praatje, het vrijblijvende verbaal verkennen van elkaars zielenroerselen en levenswandel, aan een herwaardering toe is. Ik ben het met haar eens. Tot drie keer toe nemen we afscheid. Dan fiets ik haar tuin uit.
terug

beheerst

de

vertelkunst