De molens van Giacometti

- 22 May 2017 door Edwin Timmers -

Tijdreizen in je hoofd. De toekomst in, of een reis naar het verleden, voorbij je geboorte, getriggerd door overblijfselen uit lang vervlogen tijden. Kastelen doen het goed. Of de molens van Kinderdijk, werelderfgoed sinds 1997.
Met de molens van Kinderdijk op de achtergrond zag ik zo’n tien jaar geleden een BN’er op tv een klaagcolumn afsteken over de nieuwe generatie windmolens. Gezever, dat was het eerste dat me te binnen schoot.

Op zondag wil ik best een oude molen bezoeken. Op donderdag ook. Ik geniet oprecht van het robuuste, houten draaiwerk, de overbrengingen en het kraken van de onderdelen in werking. De vindingrijkheid van de oplossingen raken me. Maar dat maakt een oude molen voor mij niet beter dan een nieuwe, waarmee we tegenwoordig energie opwekken.

Oude windmolens zijn plomp. Ze staan daar maar, wachtend op wind, onbeweeglijk als een oude man met een enorme buik waaroverheen hij zijn broek optrok, een broek die hij met een leren riem op zijn plaats tracht te houden.

Onlangs zag ik in een museum enkele bronzen sculpturen van de Zwitserse kunstenaar Alberto Giacometti. Deze kunstenaar werd wereldberoemd met zijn beelden van iele mensfiguren, zoals het werk L'Homme qui marche I. Giacometti bracht de mens terug tot zijn laatste nog herkenbare vorm. Nog één reductiestap en er is geen mens meer. Tegelijk zijn Giacometti’s mensfiguren elegant in bescheidenheid. Ze eisen niet veel, zijn niet opzichtig. Ik denk dat de nieuwe generatie windmolens schatplichtig zijn aan Giacometti. Ze houden hun buik in uit respect voor het landschap en leveren bovendien energie.

Oude technieken worden geassocieerd met ambacht en daarom gewaardeerd als goed. Een misvatting. Vergaap je eens aan het binnenwerk van moderne machines en besef dat daarvoor veel kennis en vakmanschap nodig is. Alle technische ontwikkeling loopt uit in elegante, fijne, zachte en vloeiende lijnen. Vergelijk de eerste treinen met de TGV. Besef tegelijk dat de TGV er niet geweest zou zijn zonder de kennis die werd opgedaan met de bouw van alle treinen die eraan vooraf gingen.

In een boek van Tribe zag ik een oude, klassieke barkruk met een zitvlak van fluorescerend groen, transparant perspex. Het blijft gewoon een kruk, maar door het perspex, een niet noodzakelijke toevoeging, vraagt het ding om aandacht zonder deze af te dwingen. Door minimaal te spelen met de vormgeving krijgt het ding een tweede leven in een hypermodern interieur.

Een vormgever schuwt het oude niet en zweert niet bij het heden. Een vormgever vreest de afvalcontainer.
terug

tegenpolen

trekken

opposites

attract