De vriendelijkheid zelve

- 25 June 2018 door Edwin Timmers -

"Dus u heeft liever niet dat mijn hond mee naar binnen gaat?" De man bij de deur bevestigt met een knik en een brede glimlach. "Bovendien verzoek ik u om uw wandelschoenen uit te trekken en die daar op het rek bij de houtkachel te plaatsen. Dan houden we het binnen een beetje schoon."
De man bij de deur zal de uitbater zijn. We lijnen ons hondje buiten aan, op veilige afstand van een slome bouvier, en trekken onze schoenen uit. Als we de herberg binnenstappen, beent de uitbater ons voorbij. "Sorry," zegt hij terwijl zijn hand zachtjes tegen mijn bovenarm drukt. Lachend verzoekt hij een groep van zeven twintigers aan een grote ronde tafel om wat rustiger te praten. De twintigers beantwoorden zijn verzoek met een lach. Op gedempte toon vraagt een van de drie vrouwen in het gezelschap of ze de bierkaart nog een keer mogen. “O, maar natuurlijk,” zegt hij en wijst met ogen naar de autosleutels op tafel. “Maar wilt u er wel op letten dat een van jullie u nog moet rijden.”

We nemen plaats aan een tafel bij de haard. Meteen komt de uitbater gelopen met een stapeltje kaarten onder zijn arm. Hij vraagt ons op zangerige toon of we een tafeltje op willen schuiven en legt alvast een spijzen- en een drankenkaart op het belendende tafeltje. “Kijkt u er maar eens rustig doorheen, dan kom ik zo opnemen,” zegt hij en loopt door naar de tafel met de twintigers. Als hij de bierkaart op hun tafel legt, steken er vier hun armen in de lucht en juichen ze geluidloos.

“U zult wel hongerig zijn,” constateert hij terug bij ons. We knikken verrast omdat we inderdaad barsten van de honger. “Ik kan u onze vegetarische lunch van harte aanbevelen.” Nog meer verrast vraagt mijn vrouw hoe hij weet dat we vegetariër zijn. “Een gok,” antwoordt hij. “Ofschoon de frisse blos op uw wangen wel enigszins een plantaardig dieet verraad.” We gaan voor de vegetarische lunch. Hij zoeft weer de ruimte in. Ook hem is het opgevallen dat de twintigers weer wat rumoeriger worden. Het lukt hem op een of andere manier hun aandacht op afstand te trekken en legt een vinger op zijn lippen. Het gezelschap reageert met zeven opgestoken duimen. “Dank jullie!” zegt hij en beweegt zich naar de keuken.

“Deze man is de vriendelijkheid zelve,” zeg ik tegen mijn vrouw. “Ja,” bevestigt ze. “En toch is de sfeer hier bijzonder goed.” Als ik haar uitleg dat vriendelijkheid en een goede sfeer logischerwijze samengaan, merkt ze op dat iets meer botheid de ambiance echter maakt. Uit de vraagtekens op mijn gezicht maakt ze op dat aanvullende uitleg nodig is. “Nou, ik bedoel, net als thuis, zeg maar.”
terug

geluidloos

juichen