De zee

- 02 July 2017 door Edwin Timmers -

John van Tribe blogde een paar dagen geleden over de realisatie van een strandtent op Vlieland. Dromen najagen, zo heet de blog. Een prachtverhaal over mensen die volharden en hun droom realiteit zien worden. Ik was er graag bij geweest. Allereerst om eindelijk eens de zee bij Vlieland te zien, en ten tweede om in de nabijheid van dromers te verkeren.
Mensen die een droom najagen hebben iets aanstekelijks, iets ongrijpbaars. Als het even tegenzit hebben ze altijd nog hun droom. Wil ik soms een stukje van hun droom? Ben ik een dromenpikker? Nou, nee, niet per se. Bovendien ben ik zelf een soort dromer, een fantast. De hele dag bedenk ik werelden, die tegen middernacht weer verdampen en zo schoon schip maken voor de dromen van volgende dag. Dus wat dat betreft zit het wel goed. Maar waarom wil ik dan in de nabijheid van dromers verkeren? Ben ik toch niet een beetje jaloers?

Jaloers? Je bedoelt dat ik het de ander zijn droom misgun? Nee, o nee, dat zeker niet. Jaloers is dus het woord niet. Misschien wil ik gewoon deelhebben in hun droom, een co-dromer zijn. Kan dat eigenlijk wel: deelhebben in andermans droom? Mmmh, ja, dat kan wel. Denk maar eens aan hen die eensgezind dromen van een utopie, en daar naar streven. Dergelijke dromen zijn helaas niet gangbaar meer. Tegenwoordig wordt iedereen gedwongen een eigen droom te hebben. De gedeelde droom is niet erg modieus.

De zee vanaf Vlieland zien. Als Brabantse boeren bosjongen heeft de zee voor mij vooral een symbolische betekenis. Ik was achttien toen ik voor het eerst de zee zag. Daar lag ze: zover het oog reikte, geen boom te zien. Alle landschappelijke hectiek van het zuidoostelijke Brabant was in een keer verdwenen. Dat deed wel iets met me. In één blik was de wereld overzichtelijk.

In een tijdschrift over literatuur las ik over de baren: “De zee wordt in dit traditionele kader – noem het een mannelijk kader – vaak beschreven als een almachtig woeste vrouw, die aangevoeld, maar ook getrotseerd moet worden.”

Als ik de zee zie voel ik niet de minste aansporing haar te trotseren. Het strand met uitzicht op die waterplaat is voor mij al zee genoeg. Ik hoef er niet op. Zien is zat.

Vorige week ervoer ik geluk. Het was reeds voorbij middernacht en tikte even voordat het geluk mij toeviel het laatste woord in het laatste van de vele artikelen waaraan een deadline kleefde. Dit laatste woord maakte de wereld overzichtelijk, alles wat voor me lag was beheersbaar, leeg eigenlijk, tijdelijk leeg, een eb na de vloed. Een fictie natuurlijk, die beheersbaarheid, niettemin was ik heel even intens gelukkig. Het eerste beeld dat me tijdens dit moment voor ogen kwam, was de zee. Dat is de zee voor mij, dacht ik, een zandvlakte en een waterplaat met daar bovenop een luchtscherm. Drie opeen gestapelde vlakken, overzichtelijker kan de wereld niet worden.

Nu weet ik waarom ik er graag bij was geweest op Vlieland.

Ik wil in goed gezelschap vanaf het strand naar de zee kijken.
terug

overzichtelijk

opdelen

in

3-en