De zuigende stille

- 21 August 2017 door Edwin Timmers -

Een man van tegen de tachtig, dun piekerig grijs haar op zijn redelijk ronde hoofd waarin alerte ogen vriendelijk groeten. Een lichtbeige overhemd dat ruim over zijn bolle buik valt, de bovenste knoopjes los, de mouwen opgestroopt. Onder zijn buik een bruin ceintuur in een grijs-groene pantalon – het overhemd erin gepropt. Een wijdvallende pantalon die de o van zijn korte o-benen kleiner maakt; de naar buiten omgezoomde pijpen raken bij de hakken van de schoenen alsnog de grond. Zijn grote voeten steken in lichtbruine schoenen met stevige zool en bolle punt.
“Zo wil ik er later ook uitzien,” zei ik tegen mijn vriendin toen we hem groetend voorbij fietsten. “Dat treft, want zo ben je al,” antwoordde ze.

Ik heb nog aardig wat jaren te gaan tot mijn tachtigste. Maar er huist al wel een verdomd eigenwijs en star mannetje in mij. Dit toont zich eerst en vooral in de aanschaf van huishoudelijke apparatuur.

Sinds een half jaar hebben we een afzuigkap in huis. We kookten ruim elf jaar zonder. Dat is niet erg. Wel ging de spruitjeslucht die er in de ochtend na het laatste avondmaal nog altijd hing me tegen staan. Rond kerst 2016 waren mijn argumenten tegen een afzuigkap op. Zeer matige argumenten, die ik met overtuiging bracht en dientengevolge overtuigden. Eigenlijk was ik al die jaren huiverig voor het boren van een gat door binnen- en buitenmuur. Tijdens kerst 2016 besloot ik een professionele gatenboorder in te schakelen. Welgeteld vijf minuten is hij bezig geweest. Een prachtig gat. Hierna installeerde ik zelf de afzuigkap en flexleiding naar buiten. Schroefde een roostertje op de uitblaasopening en timmerde een koofje om de aluminium leiding binnen. Mijn kinderen stonden versteld van mijn handigheid. Ik ook. De geurtjesterreur is verleden tijd.

Toch moet ik nog steeds wennen aan de teringherrie van het ding. Ik heb een gruwelijke hekel aan een zoemende of zuigende grondtoon in huis. Herrie of stank, een lastige keuze.

Nog altijd hebben wij geen afwasmachine in huis. Sommigen vinden dat heel vreemd. “Wat doen jullie dan met de vuile vaat?” vroeg ooit een jonge knaap. Ik heb het hem voorgedaan. Hij wist niet dat dat zo ook kon.

Het niet hebben van een afwasmachine heeft een lange voorgeschiedenis. Thuis moesten wij altijd om beurten de tafel afruimen, afwassen, afdrogen en opruimen. Mijn moeder heeft ons altijd moeten dwingen, nooit begonnen we er uit onszelf aan. Toen mijn moeder ons vertelde dat er een afwasmachine kwam, waren wij oprecht blij. Voortaan zouden we alleen nog maar hoeven in- en uitruimen; de machine deed de rest. Mijn moeder heeft ons altijd moeten dwingen de machine in- en uit te ruimen. Ook dit karweitje vonden we vervelend.

Toen in mijn huishouden het moment daar was waarop besloten moest worden tot het al dan niet plaatsen van een afwasmachine redeneerde ik als volgt: ik voorzie dat zowel het afwassen met de hand als het deels uitbesteden van de afwas aan een machine als vervelend zal worden ervaren. Gezien de beperkte ruimte in de keuken lijkt het me daarom beter geen afwasmachine te kopen. Best een aardig argument. Lange tijd heb ik me nog voor de gek gehouden met het argument dat afwassen met de hand een socialere bezigheid is omdat je dat – gezellig – met z’n tweeën doet. Ruim tachtig procent van alle afwassen deed ik alleen. Oorzaak? Misschien ontbeer ik een huiselijk karakter. We hebben in ieder geval geen hond. “Haha,” lachte mijn dochter ooit, “papa en een hond? Nee, dat kun je zo’n beestje niet aandoen.”

We hebben wel een stofzuiger. Wat ik van dit stuks apparatuur vind, kan de nieuwsgierige afleiden uit mijn opmerking over het geluid dat de afzuigkap produceert. Ik stofzuig nooit. Een aantal jaren geleden kocht ik een bezem met haren die op breiwol lijken. Het ding veegt mieters en het is een plezier ermee te werken. Het is zaak de bezem zo weinig mogelijk van de grond te halen, wat betekent dat je in één vloeiende beweging dient te vegen. Deze bezigheid lijkt op het spel van een ster-ijshockeyer die met de puck aan de stick iedereen te snel af is. Bovendien maakt de bezem nauwelijks geluid.

Er schijnen stille stofzuigers te bestaan, maar dat geloof ik niet. Wel geloof ik dat er een stofzuiger bestaat die je niet hoort omdat hij zuigt als je niet thuis bent. Een slimme stofzuiger met sensoren en software. Vandaag las ik in de krant dat een stofzuigerproducent zijn nieuwste type slimme stofzuigers wil inzetten om data te verzamelen van de huizen waar ze zuigen. Deze huisdata kan de producent dan weer verkopen. De stofzuiger als verklikker, spion of geheim agent. Een stofzuigende stille. Twee keer zo stil als onze huidige.

* Overigens zijn wij bij Tribe verdomd handig - al zeg ik het zelf - in het inbouwen van apparaten. Vaatwassers, glazenspoelmachines, ijsblokjes-makers, koelmeubels en tapinstallaties, zelfs afzuigkappen. Je kunt het zo gek niet bedenken of we hebben ze in-onder-of bovenop de barmeubels die we maken ingebouwd. Maar goed, dit terzijde. Morgen is er gewoon weer een bijdrage van onze stamgast Edwin.
terug

verklikker

of

geheim

agent