Digitaal samenzijn

- 31 October 2017 door Edwin Timmers -

Naar Maastricht voor de tentoonstelling van Raymond Pettibon in het Bonnefantenmuseum. Hierover binnenkort meer. Vandaag iets over de treinreis. Tijdens de terugreis zat ik tegenover een studente en naast een student. De twee hadden een grappig gesprek. Een gesprek dat in zekere zin raakt aan alles waar Tribe voor staat: het realiseren van een thuis buitenshuis.
De jongeman, iets meer dan twintig jaren op de teller, gaaf gezicht en keurig gekapt, leende zijn laptop aan de studente, die er gelijk op aan de slag ging. De studente was toegerust met karakteristiek glanzend, lang haar en een spottend glimlachje om de mond. Ze lachte om de opzettelijke versprekingen van haar reisgenoot en zocht ondertussen naar een boek op de laptop. “Hoe vind ik dat boek?” vroeg ze de jongeman. “Bij downloads, en dan zoeken op epub-bestanden,” instrueerde hij.

De pub in epub staat voor publicatie, en de e staat voor electronic, met als in e-mail, e-learning en e-health. Dit laatste, e-health, is opgenomen in het regeerakkoord:

“Om de schaarse capaciteit aan zorgpersoneel optimaal te benutten voor zorg en aandacht voor cliënten en patiënten, is het wenselijk digitaal ondersteunde zorg gericht in te zetten en de verspreiding van innovatieve werkwijzen (e-health) te bevorderen, zowel thuis als in het verpleeghuis.”

Elektronische zorg vanwege een gebrek aan zorgpersoneel. Ik weet niet hoe u erover denkt, maar ik heb er mijn bedenkingen bij. Contact onder vier ogen met een zorgprofessional haalt meer kou uit de lucht dan schermcontact. Maar aangezien ik de exacte invulling van e-health niet ken, houd ik er maar over op.

De studente filterde de epubs uit de bestanden in de map downloads en begon plots te grinniken. De jongeman vroeg wat er zo grappig was. “Nou,” zei de studente. “Epub kun je evengoed interpreteren als electronische pub, oftewel een digitale kroeg. Kun jij je daar iets bij voorstellen?”

Hij dacht even na en schudde zijn hoofd: “Nee, daar kan ik me weinig bij voorstellen.” Hij vroeg zich hardop af hoe je samen een biertje drinkt op het web. “Da’s simpel,” zei zij. “En nog goedkoper ook. Je gaat naar de super voor een paar flessen bier en kruipt vervolgens achter het scherm met Skype of zo open. En dan proost je met de mensen op het scherm.”

Dit leek hem niks. “Ik ben geen danser, dus daarvoor hoef ik niet naar het café. Maar je wilt toch gewoon echt bij elkaar zijn. Dat je elkaar kunt ruiken, bij wijze van spreken.” De studente besloot hierop een hobbelige omweg in het gesprek te maken: “Elkaar ruiken? Nou, nee, dat vind ik niet per se nodig. Ik vraag me oprecht af of je wel fysiek onder de mensen moet zijn om samen wat te drinken.”

Het leek hem nog steeds niks. “Je wilt toch ook wel eens een keer van huis?” wierp hij tegen. “Je gaat toch niet alleen voor de drank naar de kroeg?” Dit laatste waagde zij te betwijfelen. “Ik zou hier in de trein een blik bier open kunnen trekken en nuttigen terwijl ik een praatje met anderen maak op deze laptop van jou.”

Dit leek hem wel wat. Toch deed hij een stapje terug in de discussie. “Stel,” zei hij. “Stel, wij lopen door een vreemde stad en we willen iets gaan drinken. Ik weet zeker dat we dan eerder een café binnenstappen dan een supermarkt. Wij lopen dus door een vreemde stad en zoeken een kroeg. Op basis waarvan besluiten wij de ene kroeg wel binnen te stappen en de andere niet?”

De studente nam de vraag serieus in zich op. “Het zal iets met de sfeer zijn, hoe zo’n kroeg er vanbinnen uitziet, hoe die is ingericht en zo. En of er wat volk is. Tja, ik weet het niet precies. Sommige kroegen ervaar ik als uitnodigender als andere.”

Hij knikte en zei er precies zo over te denken. “Denk jij dan ook dat het niks zal worden met de epub?” Ze begon weer te grinniken: “Dat wordt niks, inderdaad, net als met socializen via social media. Hier, een appje van Joris. Hij zegt niet te snappen wat ik met mijn vorige appje bedoel. Hij mist de emoticon, zegt hij. Nu weet hij niet of hij mij serieus mag nemen.”

“Wat appte je dan?”
“Dat hij de pot op kan.”
“En, kan hij de pot op?”
“Natuurlijk kan hij de pot op, anders zou ik dat toch niet zeggen.”
terug

hij

kan

de pot

op