Dikke snelwegen en een volle agenda

- 05 February 2018 door Edwin Timmers -

In een bestekbak sorteert men bestek. Laat ik de onze als voorbeeld nemen. Vijf langwerpige vakken, waarvan de meest linkse en de meest rechtse het langst zijn. Onder de drie middelste langwerpige vakken twee kleine vakjes in liggende positie. In de middelste drie vakken het eetgerei: links de lepels, in het midden de vorken en rechts de messen. In de twee grote vakken links en rechts allerhande niet-sorteerbaar spul, zoals een knoflookpers, lange vlijmscherpe messen en opscheplepels. In de twee liggende vakjes liggen de koffielepeltjes en gebaksvorkjes.
We kregen een set nieuwe lepels, waarvan het formaat ergens tussen de gewone lepel en het koffielepeltje zit. In welk vak stop ik die nieuwe lepels? Leg ik ze bij de koffielepels of bij de gewone lepels. Een vriend van me stond erbij en lachte. “Als je dit nieuwe formaat lepel snel wilt herkennen, leg je ze bij de gewone vorken,” zei hij. Hij meende het en hij heeft gelijk. Ik dacht dat lepels bij lepels moesten. Maar dat hoeft niet, want daar gaat het niet om in een bestekbak.

Dezelfde vriend vertelde over een man die kanttekeningen plaatste bij alle kritiek op de komst van nieuwe snelwegen. Dit speelde ergens in de negentiger jaren. De kritiek luidde dat als Nederland zo doorging met het aanleggen van nog meer wegen, binnenkort heel het land geasfalteerd zou zijn. De man beweerde dat de critici zich niet baseerden op de werkelijkheid, want iedereen die buiten wel eens rondkijkt, kan zien dat het met het werkelijke oppervlakte asfalt wel meevalt.

Hij vermoedde dan ook dat critici hun kritiek baseerden op basis van een blik op een wegenkaart van Nederland. Als je daarop kijkt, bekruipt je inderdaad het gevoel dat Nederland helemaal wordt geplaveid. Vertaal je echter de breedte van een snelweg op de kaart naar de werkelijkheid, dan zouden snelwegen kilometers breed moeten zijn, wat gelukkig niet het geval is. Verder merkte hij op dat de kritiek zich zou moeten richten op de toename van het autoverkeer en het dichtslibben van de wegen zelf als gevolg daarvan.

Gisteren sloeg een jongedame haar agenda open en schoof die onder mijn neus. Beide pagina’s waren helemaal volgeschreven. Door mij dit te laten zien, wou ze zeggen dat ze het druk heeft. Ze had me overtuigd als ik de pagina’s niet aan een ‘closer look’ had onderworpen.

“Elk blok staat voor twee uur,” zei ik. “Kijk, hier trek je twee uur uit voor een lunch uit en daar twee uur voor een telefoontje met een of andere James. Verder valt het me op dat het schrijfgerei dat je gebruikt een wel hele dikke punt heeft. Zou je in plaats van een dikke stift een gewone pen gebruiken, dan passen er met gemak twee afspraken in een blok.” Ze gromde onbegrepen. Toch liep ze een half uur later verlicht de deur uit, met de telefoon aan haar oor: “Hoi James, ja, hoi, weet je, een paar afspraken zijn komen te vervallen. Zullen we straks wat gaan drinken?”
terug

ork

ork

ork

soep eten..