Edje zoekt kersen in de bijbel

- 06 July 2017 door Edwin Timmers -

De predikant hoort me niet naderen omdat hij druk doende is met de stofzuiger. Als hij me opmerkt raken onze gezichten elkaar bijna. Hij schrikt niet. Er straalt vreugde uit zijn ogen. Ik vraag hem of de preek de kers op de taart van zijn functie is.
Je ziet een gebouw en je vraagt je af hoe het er vanbinnen uitziet. Deze vraag is het vertrekpunt voor een serie tijdschriftartikelen. Mij was het komende artikel niet toegewezen. Toen ik vernam dat de protestantse kerk van binnen bekeken zou gaan worden, vroeg ik of ik mee mocht als schaduwauteur. Prima, als jij dat wilt.

Heel strikt was mijn katholieke opvoeding niet. Ik werd ongevraagd gedoopt, deed mijn eerste communie en werd gevormd. Een tot maximaal twee keer per jaar verscheen ik in de kerk. Interesse in het geloof ontstond pas vele jaren later, zo rond mijn zesendertigste, ‘een bijzondere leeftijd’, volgens een theoloog die ik toen sprak. Wat weet ik er nou eigenlijk van? Ik begon te lezen.

Gelovig ben ik er niet van geworden. Misschien dat ik me daarom bleef afvragen wat gelovigen drijft. Ik hoor hen er graag over vertellen. Nog nooit probeerde iemand mij zijn geloofsovertuiging op te dringen. Wel probeerde jaren geleden een man, een ex-Colombiaan die ik in de trein had ontmoet, mij te bekeren tot zijn geloof. “Zeg mij maar na,” zei hij, en begon met het uitspreken van een belijdenis in korte zinnen die ik moest herhalen. Ik herhaalde niks. Vlak voor zijn bekeringspoging vertelde hij over zijn voornemen een handeltje te beginnen in tweedehands autobanden. In Nederland zou hij afgereden banden ‘opkopen’ (lees: krijgen) en per container naar Colombia verschepen om ze daar te verkopen. Afgereden banden brachten geld op daar. Hij zocht nog een investeerder.

De kerk kwam zwaar gehavend uit De Tweede Wereldoorlog. “De toren viel op het schip. Het koor bleef overeind,” vertelt de man die ons rondleidt. Het gebouw dient als ontmoetingsruimte voor de geloofsgemeenschap. Het huidige interieur is sober, met veel wit. In elke ruimte hangen wel kinderknutselwerkjes, collages, tekeningen of schilderijen aan de muur. We dalen af naar de kelder en klimmen tot aan de klokken. Ondertussen bleef ik maar vragen. Langzaam vorm ik me een beeld van deze vrijdenkende kerkgemeenschap.

De preek is een persoonlijk stukje levensbeschouwing gelinkt aan de actualiteit en gedrenkt in protestantse theologie. Dit lijkt me bij uitstek de kers op de taart van de functie van predikant, een stukje vrij werk. Ik vraag onze gids of dat zo is. “Vraag het hem zelf maar,” zegt hij vriendelijk.

“Kers op de taart?” herhaalt de predikant nadenkend terwijl hij de stofzuiger uit zet. “Ja, ja, dat is het wel.” Nauwelijks twee tellen later corrigeert hij zichzelf: “Maar eigenlijk is alles binnen mijn functie dat, ook het soms moeilijke pastorale werk. Eigenlijk heb ik alleen maar kersen op de taart.”

Zijn kerkgemeenschap voerde een paar jaar geleden in deze kerk een musical op. Een hele grote kers, aldus de predikant. Een muzikale opvoering van het bijbelverhaal Ester. Alles deden ze zelf met een groep van zo’n veertig personen. Maanden van voorbereiding sloten ze af met twee voorstellingen. “Al dat werk voor twee opvoeringen!” zeg ik. De predikant kijkt me schalks aan: “Jaha, natuurlijk is het eindresultaat belangrijk. Maar belangrijker is het samen onderweg zijn.” Zelf speelde hij Haman, de slechterik. Ik geloof hem meteen als hij zegt dat het hem moeite kostte zich die rol eigen te maken.

“Ken je het verhaal van Ester?” vraagt hij. Nee, zeg ik nadat ik het eerst verward heb met Judit, die het hoofd van Holofernes van zijn romp scheidde. “Het is een prachtig verhaal, Edwin. Heel actueel ook.”

Thuis trek ik de bijbel uit de kast en ontdek dat Ester volgt op Judit. Ik zat dus in de buurt. Vanavond weet ik of Ester de kers op de taart van mijn kerkbezoek is.
terug

kers

op

de

taart