Edwin olifant

- 17 October 2017 door Edwin Timmers -

Ze noemden mij Edwin olifant. Mijn postuur rechtvaardigde dat, net als het oranje T-shirt dat ik als achtjarige graag droeg en waarop een olifant geborduurd was. Veertig jaar later noemt een van de toen mondige pubers mij nog steeds Edwin olifant. Als ik de man zie, maak ik me uit de voeten. Niet dat ik bang ben van hem, o nee. Ik luister domweg niet graag naar mensen die veertig jaar geleden hun verstand op slot hebben gezet.
Toch schuilt er waarheid in mijn bijnaam. Een olifant heeft een uitzonderlijk geheugen. Haal die oude reclame van het chocoladesnoepje Rolo maar eens voor de geest. Het slurfdier in dit filmpje heeft een opvallend goed geheugen en is bovendien rancuneus. Precies die twee eigenschappen bezit ik ook.

Vorige week overkwam me iets waartegen ik me niet kon verweren. Iemand zette me op mijn nummer en ontnam me tegelijk de mogelijkheid dit meteen recht te zetten. Zulke ervaringen draag ik over aan Edwin olifant. Vergeten is een kunst die ik niet versta. Er komt een dag dat ik het vereffen. Lastig, deze eigenschap. Daarvan afgezien vind ik het zoals iedereen niet fijn om onterecht te kakken te worden gezet. Kortom, het voorval kleurde mijn dag.

Om acht uur die avond zou ik bij een vriend op ziekenbezoek gaan. Ik ga niet graag bij vrienden op ziekenbezoek. Liever zit ik met hen aan de bar. De vriend is gevloerd door een hernia, die hem in de bloei van zijn leven aan het bed kluistert. Niet de eerste keer trouwens. Ik gun hem beterschap met heel mijn hart. Omgeven door de donkere wolken die zich in de loop van de dag om me heen hadden samengepakt, stapte ik in de auto.

Zijn immer stralende echtgenote nodigde me binnen en loodste me naar de huiskamer waar centraal een bed was opgesteld. Niet mijn vriend maar zijn dochter lag in het bed. Ze veinsde malaise en mama speelde het spelletje mee. Ik trouwens ook. “Och manneke toch,” zei ik tegen het meiske in bed. “Ben je toch zo ziek?” Een tel later stond de werkelijk zieke naast me. Een pak van mijn hart, hij kan nog lopen.

Dochterlief maakte plaats voor papa. De avond kon beginnen. Het gezicht van mijn vriend was open en zijn praat was helder. Hij zei dat de morfine tegen de pijn prima werkte, in tegenstelling tot het vorige ziekbed toen hij tegen de klippen op hallucineerde. We dronken koffie, aten koekjes en spraken onze leefwerelden door. Het was gezellig. Of ik iets anders wilde, bier of zo? Toen ik vroeg of ik dat wel kan maken tijdens een ziekenbezoek werd ik uitgelachen. De oudste zoon die even daarvoor was thuisgekomen spoedde zich naar de koelkast om mij luttele seconden later een voortreffelijke selectie Belgische brouwsels te presenteren.

Toen ik in de auto stapte, was ik blij dat ik met de auto was gegaan. Zou ik de fiets hebben gepakt, was ik nu nog niet thuis geweest. De donkere lucht die me omringde, was verdwenen. Sterker nog, ik stond strak van de energie. Het ziekenbezoek had me goed gedaan. Tot diep in de nacht schreef ik aan teksten waarvan de deadlines nog maanden voor me lagen. Ik appte mijn vriend rond twee uur dat er een of andere positieve vibe in hun huis moest hebben gehangen, want ik was als herboren thuisgekomen. “Ons huis krijgt die vibe als jij het betreedt,” reageerde hij meteen. “Dan noem ik het wederzijds,” typte ik en liet me achterover op bed vallen, klaar voor de olifantenjacht.
terug

vergeten

is

een

kunst