Een gouden moetje

- 01 August 2018 door Edwin Timmers -

"Die kapelaan ging altijd met die jonge grietjes zwemmen en toen moest hij opeens trouwen," zegt Willem met een gezicht waarop zowel waardering als verontwaardiging te lezen is. "En dan zou ik moeten biechten? O nee, dat nooit!"


Willem is vijftig jaar en een paar weken getrouwd. De dorpspastoor eiste indertijd dat hij zou biechten voordat hij in het huwelijk trad. Willem weigerde en moest daarom op zoek naar een andere geestelijke met trouwbevoegdheid.

Willem zit deze zaterdagavond op het terras van mijn stamkroeg. Dat dit café ondanks het feit dat ik er weinig kom toch mijn stamkroeg is, heb ik al ooit verteld. Mijn laagfrequente bezoek heeft er alles mee te maken dat ik Willem nog nooit gezien heb. Hij komt er elke week. “Moet kunnen, toch, of niet?”

Willem wordt emotioneel als hij vertelt over de dag waarop hij vijftig jaar met Nel was. Hoewel emotioneel een woord is dat niet bij hem past. Zijn ogen beginnen te glanzen en de huid eronder wordt rood. “Die dag komt heel je leven voorbij. Dat was nou echt mooi.”

De vrouw naast hem, een verlepte gothic met een vertederende, in alcohol gemarineerde directheid, slaat een arm om hem heen en vraagt op spottende toon of hij na al die jaren nog steeds van haar houdt. “O ja, jaja, ze is nog altijd de enige,” bekent Willem met blinkertjes in zijn natte ogen. “Ik ben nog altijd gek op haar, daar valt niks op af te biechten, ondanks dat we toen moesten trouwen.”

terug

nog

altijd

gek

op haar