Een man met drie armen

- 17 November 2017 door Edwin Timmers -

Als je dubbel ziet, hebben mensen vier benen en vier armen. Ik zag een man met drie armen, wat niet dubbel is, hoogstens de realiteit maal anderhalf. Wat doe je als je een man met drie armen ziet? Afhankelijk van de staat waarin je verkeert, loop je met een boog om hem heen of vraag je hem hoe dat zo kwam met die bovenwerkelijke arm. Ik koos voor het laatste, hoewel ik dat niet heel zeker meer weet. De ochtend erna drukte mijn vrouw me op het hart dat ik in kennelijke staat was thuisgekomen. Aangezien zij de man met de drie armen niet heeft gezien, is het aan mij om de ontmoeting zo goed ik kan te reproduceren. Eventuele gaten in het verhaal vult u gerust zelf in.
Het is laat, nacht waarschijnlijk. Hij wacht net als ik op een taxi en vraagt of ik een sigaret wil. Die wil ik wel. Met zijn linkerhand haalt hij een kartonnen sigarettendoosje uit zijn broekzak dat hij met een andere hand opent, een derde hand plukt er een sigaret uit die hij me aanreikt. Ik schud mijn hoofd en steek de sigaret tussen mijn lippen. Nadat hij een sigaret voor zichzelf uit het doosje heeft genomen, sluit hij het doosje en steekt het terug in zijn broekzak. Dan haalt hij een aansteker uit het zakje op zijn overhemd. In de struiken achter ons klinkt geritsel.

“U heeft drie armen,” zeg ik. De man zet zijn sigaret tussen mals glimlachende lippen. Hij houdt een brandende aansteker op. “Ja, dat zie je niet vaak hè,” reageert hij. Een Pool, ik weet het zeker. Een Pool die verdomd goed Nederlands spreekt.
“Doen ze het alle drie even goed?” vraag ik. Hij knikt en hult zijn tevreden hoofd in een wolk tabaksrook.
“Wat vind uw vrouw ervan?” ga ik verder.
“Ik heb geen vrouw,” zegt hij kortaf.
Op sommige avonden is alles tot seksuele driften terug te voeren. Elke doodnormale manager blijkt dan een topgeile chickhunter in een maatpak en vrouwen bewegen zich in dergelijke maanloze nachten als religieuze dienaars van een copulerende god. Kansloze nachten.
“Is sex beter met drie armen?” probeer ik.

Het ritselen in de struiken was inmiddels zo sterk geworden dat het antwoord van de drie-armige erin verzuipt. Hij springt van de struiken weg. Ik doe hem na en zie een frisse doch bijzonder magere jongeman uit de struiken oprijzen.
“Het wordt tijd dat er een taxi komt,” zegt de drie-armige. “Het is mooi geweest.”
De jongeman tikt zijn hakken tegen elkaar en loopt van ons weg, richting de ring.
Ik kan het me voorstellen: bij drie armen is er een linker, een rechter en een middel. De middelarm moet het gevolg zijn geweest van een ongewone celdeling van een van de twee ontkiemende armpjes in het embryonale stadium van de man. Gissen natuurlijk, want dit stadium voltrekt zich in het donker, geen mens die het ziet. Niettemin is het best logisch, want eenmaal geboren zet men geen derde arm aan een kind. Goed, dan heb je dus zo’n extra arm. Welbeschouwd heb je dan een ongelooflijk groot voordeel. Brood smeren en koffie inschenken tegelijk, en zo nog een vrachtlading aan tijdswinst in de ochtend.

In de taxi naar huis denk ik nog immer na over het voordeel van een derde arm. De taxichauffeur denkt al even hard mee. Van hem komt het voorbeeld van de componist die tegelijk kan gitaarspelen en melodielijnen kan noteren. Ik vraag me hardop af of een derde arm ook een ander brein vereist, onder de voorwaarde natuurlijk dat die derde arm naar behoren functioneert. De chauffeur zegt dat dat best zou kunnen, maar geeft ruiterlijk toe dat hij niet bijster veel verstand van hersenen heeft.
“Kent u hem?” vraag ik.
Hij kijkt over zijn schouder aangezien ik achterin zit, en zegt: “Wie ken ik?”
“Nou, hem, die drie-armige man naast u.”
“Ooo, hem,” lacht hij en geeft een dotje gas terwijl hij reikt naar het flesje water op de bijrijdersstoel.
terug

kennelijke

staat