Een woning met wieken

- 19 December 2017 door Edwin Timmers -

Mijn woonplaats krijgt een flat in retrostijl. Trapgeveltjes, rode baksteen en pannendak vormen de schil om een stapel appartementen. In het promofilmpje acteert een knap stel op leeftijd, waaruit ik opmaak dat bejaarden met een dikke portemonnee de doelgroep zijn. Binnenkort is er een verkoopmanifestatie. Een wat? Jawel, binnenkort is er een heuse verkoopmanifestatie.
Iets manifesteert zich als het zichtbaar wordt. Sociaal ongenoegen manifesteert zich bijvoorbeeld met een betoging. Sinds kort manifesteert zich dus ook de verkoop van appartementen. U mag gerust weten dat ik dit taalgebruik nogal suf vind. Makelaars kunnen er wat van. Columniste Japke-d. Bouma schreef er van de week een column over.

Makelaarsjargon is verbloemende taal. De huizenhandelaar doet het liefst niks aan het onroerend goed dat hij aanbiedt. Deze zelfverkozen onhandigheid proberen ze te maskeren met taal. Hoe zou u een oprit noemen waarvan de kinderkopjes schots en scheef liggen? Een historische oprijlaan van duurzaam natuursteen voor de avontuurlijke ingestelde mens?

Een huis dat trilt omdat het zonder fundering op een veenlaag is gebouwd en daardoor aan alle kanten scheurt en barst, zou ik een dynamische woning met sfeerverhogend craquelé noemen. Een vrijstaand huis met rotte kozijnen is feitelijk een optimaal geventileerde villa. Als je trucjes eenmaal kent is het jargon best te pruimen. Een molen zou ik verkopen als een woning met een nostalgisch mechanisch ventilatiesysteem.

“Kijk, nu hoor je hem fluiten,” zei een enthousiaste bewoner van een huis met wieken op de radio. De euforische molenaar kreeg van de week een plekje op de UNESCO-lijst van immaterieel erfgoed. Molenaarstaal blijkt, gelijk vissersjargon, doorspekt met dichterlijke uitdrukkingen die niets hoeven te verbloemen. Hoewel, een inkoppertje, het enige dat een molenaar verbloemd is tarwe - de bakker is er blij mee. “Ik maal uit op de hoge boezem,” vertelde de beheerder van het gewiekte huis. Zijn molen verplaatst water vanuit de polder naar hoger gelegen gebied. Technisch gesproken is een boezem een tijdelijke opslagplaats voor overtollig polderwater. Tegelijk maakt dit woord de uitdrukking sexy.

Als makelaars de huidige huizenbubbel opfleuren met een set van sexy woorden is er voor iedereen wat te genieten. Een goed onderhouden vrijstaand huis uit de jaren zeventig mag gerust een rijpe alleenstaande gentleman heten, die na een opwindende striptease weer opnieuw ingericht kan worden. Een volronde uitbouw zonder botox wil ik best associëren met een serre van oerdegelijk onbehandeld eiken, en scheurenvrij stucwerk met een fluweelzachte jonge huid. Een huis zonder interieur is, alleen op afspraak, te aanschouwen in zijn blozende naaktheid. Een verkoopmanifestatie noem ik voortaan een huizenhuwelijksfeest.
terug

doorspekt

met

dichterlijke

uitdrukkingen