Eerlijk bedriegen

- 09 January 2018 door Edwin Timmers -

Cafe De Schaapskooi in Vorstenbosch kan zo het museum in. Ik was er tijdens een kerstbal voor zzp'ers. Een reeds vijfenzestigjarige zelfstandige wist me te vertellen dat het behang er al in zijn jeugd tegenaan zat. Het heeft een motief van dieprode Franse lelies op gebroken wit. De bar heeft een formica blad met een rand van zwart flexibel kunststof. De lambrisering is van bierflessenbruin gebeitst lattenwerk, net als de onderbuik van de bar. Op de vloer liggen hardharige Heuga-tegels en het licht is er evenals het geluid gedempt. Een fijne plek. Special guest die avond was een goochelaar annex illusionist. “Illusionisten zijn de eerlijkste mensen ter wereld,” zegt de wereldberoemde magiër James Randi. “Ze zeggen dat ze je voor de gek gaan houden en dan doen ze het.”
Ik laat me graag voor de gek houden door goochelaars en illusionisten. Ze laten je iets zien wat je niet kunt verklaren. Je weet dat het nep is en toch is het echt. Een goochelaar laat je magie ervaren, enigszins vergelijkbaar met de werking van kunst, van vormgeving en, jawel, van interieurontwerp.

Het interieur van Café De Schaapskooi tovert me terug naar toen ik zeven was en ik daar carnaval vierde met mijn ouders. Dat ik uren achtereen de knoppen van de jukebox indrukte omdat ze zo lekker klikten, en omdat ik me verveelde. Een dronkaard gaf me een kwartje. “Hier, Timmerske, een paar centen. Dan kun je een plaatje draaien.” Ik verbaasde me vervolgens over het mechaniek dat de plaat selecteerde en op de speler legde. Een stel mannen en vrouwen aan de bar begonnen spontaan te zingen toen de plaat startte. Magie. Den uil is in den olie, zong de stem op de plaat. Ik vond dat een raar beeld: een uil in olie.

De goochelaar won al snel het vertrouwen van de achterdochtige zzp’er-schare. Tijdens zijn tweede set na een korte pauze vroeg hij medewerking van iemand uit zijn publiek. Ik stak mijn vinger hoog op. Binnen enkele seconden had hij me in zijn complot geïntroduceerd zonder dat iemand het had gezien. Ik moest raden welke kaart uit een stok hij ging opsteken: een rode of een zwarte. Ik had ze allemaal goed. Het publiek was verbijsterd. “Nou hebben we twee goochelaars!” klonk het.

Een paar dagen na dit kerstbal zag ik de documentaire An Honest Liar bij de NPO. Een film over de al eerder genoemde James Randi, een illusionist met een missie. Randi strijdt tegen collega’s zoals Uri Geller en tegen tv-dominees, die willen doen voorkomen dat hun trucs geen spel met de zintuigen zijn, maar echt toverwerk of, nog erger, het werk van god. Een indrukwekkende docu. Tijd over, dan kijken.

De sfeer was goed in De Schaapskooi, een gedateerde kroeg met een publiek dat wat betreft omvang en beweeglijkheid in de verste verte geen kerstbal deed vermoeden. Ik keek eens rond en zag allemaal van die stompe koppen als die van mezelf. Laat ik maar eens gaan toveren, besloot ik. Hierna heb ik urenlang de mooiste verhalen gehoord van lieden met stompe koppen als die van mezelf. Om de verhalen los te weken gebruikte ik een toverspreuk. Telkens als ik ‘kom jij ook uit Vorstenbosch’ tegen een van de gasten zei, werden de sluizen opengegooid. Magie, pure magie.
terug

een

fijne

plek