En maar drammen

- 22 June 2018 door Edwin Timmers -

Je maakt iets mee en de volgende dag lees je een stukje tekst dat daarover lijkt te gaan. Ik maakte iets mee en de volgende dag las ik dit:
"Ik blijf me erover verbazen, op een kinderlijke manier: de eindeloze variatie van vaardigheden die een mens kan bezitten, de complete werelden die iedereen vaak onzichtbaar met zich meedraagt."

Voor het eerst in mijn leven had ik een feestje in Amsterdam. Geen opzienbarend feit, maar iets voor de eerste keer doen vindt men vaak het vermelden waard. Vandaar. De eerste keer dat iemand adem haalt, kan niemand navertellen. Wil je dat iemand zwijgt, vraag hem dan naar die eerste keer.

Op hoeveel vakantiefoto’s van een ander kun je enthousiast en geïnteresseerd reageren? Ook al zoiets. Maar ik was in Amsterdam.

Het feest vond plaats in een kroeg en aangezien ik de meeste mensen niet goed kende, had ik me voorgenomen mijn uiterste sociaalvaardige best te doen. Ik had een ontzettende zin om te ouwehoeren. Het liefst had ik door de buitenkant van alle aanwezigen heen geprikt. Ik wilde kennismaken met 'de complete werelden die iedereen vaak onzichtbaar met zich meedraagt'.

Het was druk en daarmee warm in de kroeg. Daarbij had ik gewoon behoefte aan een sigaret. Ik bewoog me dus naar buiten. Daar stak de man naast me ook een sigaret op. Halfweg vijftig, breedgeschouderd en een scheef getimmerde neus op een gelooid, doorleefd gezicht. Een roker en een drinker, volwassen geworden in een leefomgeving waar het hart op de tong ligt en vuisten rapper zijn dan de mond. Zijn houding is echter te trots om het leven, gezeten in een tuinstoel bij de voordeur, over zich heen te laten walsen. Zijn scherpe, observerende blik verraad actie, een wandel die streeft naar de frontlinie, daar waar het zicht op het wereldse gebeuren weids is, waar kansen het eerst worden gezien. Kortom, ik moest hem maar eens aanspreken.

Omdat het een feest voor familie en vrienden van de jarige was, vroeg ik hem naar zijn relatie tot haar. Hij bleek een oom te zijn, oom Eddy, iemand die gemakkelijk vertelt.

Hij heeft een beveiligingsbedrijf met zeventig mensen op de loonlijst. “Vijftig FTE dan hè, niet iedereen werkt fulltime.” Boksen deed hij niet meer. En hardstyle-festivals liever ook niet. “Van die jongens op speed en coke. En maar drammen. Soms moet je als beveiliger ingrijpen, hard. Pas tikten we er een tegen de grond. Een normaal iemand, iemand die gewoon een pintje drinkt of wat wiet rookt, blijft dan liggen, die komt niet meer overeind. Maar die jongen stond weer op en begon opnieuw met z’n gesar. Tja, dan moet je nog een keer uithalen.”

Hij wees naar een vrouw, zijn tweede. Enige minuten later wist ik ook wat festivals uitgeven aan beveiliging; bepaald geen sluitpost. Hij bleef mijn hongerige oren maar voeden. Een goeie vent, ooit geteisterd door onrust, door schade en schande wijs, en met de minuut zachter. Op het juiste moment zei hij dat hij moest pissen. Ik groette, stak er nog een op en zocht naar mijn volgende slachtoffer.
terug

een

oom

oom

Eddy