Eurosjopper

- 03 July 2018 door Edwin Timmers -

Altijd een vluchtmogelijkheid openhouden. Als ik ergens naartoe ga, wil ik weg kunnen. Maar dat lukt niet altijd even goed. En soms is het ook niet nodig. Met zo'n twintig vrienden en bekenden bezocht ik zaterdag het festival Eurosjopper in Lierop. We gingen in een grote bus heen en vertrokken elf uur later met hetzelfde gevaarte richting huis. Enigszins licht in mijn hoofd, doch wakker zat om alles nog na te kunnen vertellen.
Eurosjopper werkt al vijftien jaar volgens een uniek concept. Elke bezoeker betaalt vooraf vijfentwintig euro. Dit is inclusief drank. Voor wc-bezoek betaal je eenmalig een euro en verder betaal je acceptabele prijzen voor prima eten. Er is een groot podium buiten en een klein podium binnen. In totaal speelden er achtentwintig bands. Een band die buiten speelt, krijgt twintig minuten om zich te bewijzen; binnen moet een band dat in tien minuten doen. De aankleding van het festivalterrein is sober, maar effectief. De sfeer was opperbest.

Veel van de bands bewegen zich in het luide genre, hoewel luid in sommige gevallen een eufemisme is: enkele bands waren snoei- en snoeihard. Zo hard dat de botten in mijn lijf rammelden. Als muziek op oerkracht uit de speakers knalt, begint de testosteron in het bloed van menig man te borrelen. Spoedig ontstond er een zogenaamde ‘moshpit’ voor het podium. In een moshpit gaan mensen elkaar op vriendelijke wijze te lijf. In een mum van tijd zie je de hoofdzakelijk roze lijven rood kleuren door inspanning en krassen. Het wonderlijke is dat er nul klappen vallen, zelfs later op de dag niet als er reeds veel drank in de man gegoten is.

Ik zag niet alle bands, maar wel ruim tachtig procent ervan. Niet alles overtuigde me en dat hoeft ook niet. De meeste indruk maakte The Wildebeests uit Utrecht. Keihard uiteraard, en met een niet te stuiten gedrevenheid die oversloeg op het publiek. Toen ze doorkregen dat ze de meute aan hun kant hadden, klaarden hun gezichten op en spanden ze hun spieren. De gezichten klaarden nog meer op toen hun tweede gitarist het podium betrad. “Ah, daar heb je onze verloren zoon,” straalde de zingende brulboei. De snarenman had waarschijnlijk vastgezeten in het verkeer. Hij verstrakte zijn smoel en plugde in. De drummer tikte af en BATS!, daar gingen ze op dubbelloopse volle kracht vooruit. Het publiek werd dol.

Langzaam zakte de zon, langzaam zag ik mensen dronken worden. Een zwalkende kerel met een fors en ontbloot bovenlijf had behoefte aan menselijke warmte en contact. Praten lukte hem niet meer, knuffelen wel. Hij klampte zich vast aan iedereen die zijn pad kruiste. Helaas had hij niet de pluche vacht van een knuffelbeer. Was dat wel het geval geweest, had ik hem niet ontweken. Even later speelde de laatste band hun slotakkoord en sloot de bar.

In de bus werd ik vriendelijk verzocht om mee te dansen. Ik deed mijn best. Ik kan het wel, maar losjes bewegen op een live-versie van Sultans of Swing is moeilijk. Bovendien viel de persoon die me ten dans vroeg al na krap een minuut in slaap. De bus stopte drie kwartier later voor onze stamkroeg en die was nog open. De mensen aan de bar waren blij ons te zien, verloren zonen en dochters die we waren.
terug

de

sfeer

was

opperbest