Eva

- 22 May 2018 door Edwin Timmers -

Ik ben een gezellige vent, doch niet als de internetverbinding hapert. Welnu, het was weer eens zover, hoewel haperen het woord niet is; er was gewoon geen verbinding. Router uit, even wachten, router aan. Niks. Router uit, even wachten, router aan. Niks.
Waar het vandaan kwam, is me onduidelijk, maar opeens had ik een helpnummer. Hulp was nodig, want ik had inmiddels al een uur aan inspiratie voor een column, waarvan de deadline met rasse schreden naderde, verbrast.

Via het helpnummer kom ik in contact met een antwoordmachine, die me na het intoetsen van een twee verzoekt om het gesprek via een schriftelijke live-chat voort te zetten. Dat moet dan maar.

Mijn eerste chatgenoot – duidelijk een machine – vraagt naar mijn voornaam, die ik, desperaat als ik ben, snel intoets.
“Hallo Edwin, wat is uw achternaam?”
Ik typ Timmers.
“Beste Edwin Timmers, mogen wij uw postcode?”
Ze mogen alles van me hebben, als ik maar weer verbonden ben. Ik typ.
Nu de machine de schijnbaar noodzakelijke gegevens binnen heeft, krijg ik door dat een ander de chat gaat overnemen. Eva stelt zich voor.

Of Eva een machine is, kan ik niet zeggen. Wantrouwig als ik ben, vermoed ik dat ze de aarzeling speelt als ze reageert op mijn antwoord op haar eerste vraag: “Mmmh, dat zou niet moeten kunnen. Ik zal eens kijken.” Een machine hoeft uitdrukkingen zoals ‘mmmh’ of ‘tja’ of ‘lastig’ niet te gebruiken, want inefficiënt. Daarom denk ik dat Eva juist wel is geprogrammeerd dergelijk stopwoordjes te gebruiken, opdat ‘haar’ chatpartners zich op hun gemak voelen. Sowieso lukt het haar om rust in het ‘gesprek’ te brengen. Ze neemt de tijd, waardoor ze zoekende lijkt, wat bemoedigend is voor een desperate klant die bid voor een oplossing .

Een tiental vragen en antwoorden later is het probleem getackeld. Ik heb weer verbinding. Helemaal overtuigd van Eva’s menselijkheid ben ik niet, zeg zeventig procent. Maar dat deert niet, want ik heb geen problemen meer. Meteen ben ik weer een gezellige vent. Ik bedank Eva en wens haar een fijne dag. “Geniet nog van het zonnetje!” voeg ik vrolijk toe, verwijzend naar de werkelijkheid buiten. Het duurt lang voordat ze hierop reageert, sterker nog, ze doet er het zwijgen toe. Misschien moet ik zoiets ook niet zeggen tegen een machine.
terug

van

het

zonnetje