Even niks met kinderen

- 29 November 2017 door Edwin Timmers -

Verderop in de wijk zit een nieuwe snackbar. Dikke friet met schil, hippe uitstraling. Een mooi ding van buiten. Ik fietste er maar eens langs op woensdagavond, rond negenen. Echt honger had ik niet, lekkere honger wel en een beetje nieuwsgierigheid. Chantal had hetzelfde, zei ze. We groeiden op in dezelfde straat. Het zal zeven jaar geleden zijn dat ik haar voor het laatst zag, tijdens een gratis cursus social media van de bank.
Ik laat mijn ogen over de digitale displays gaan en kies een viandel met. Chantal lacht. “Nog steeds aan de viandellen.” Voor zichzelf bestelt ze twee porties bitterballen. “Een voor mezelf en een voor Marcel,” verontschuldigt ze zich met een knipoog. De jongeman achter de toonbank verzamelt het bestelde en laat het behoedzaam in het vet zakken. De nieuwigheid van de zaak zit in zijn bewegingen, hij danst alle handelingen.

“Feestje gehad?” vraag ik aan Chantal. Verbaasd kijkt ze me aan. “Hoe kom je daarbij? Zie ik er zo slecht uit?” Tikje uit evenwicht strijkt ze met beide handen over haar heupen. Haar ogen zijn erg dik met zwart aangezet, de huid eromheen geïrriteerd. Ik wijs naar mijn ogen. “O, dat!” roept ze opgelucht. “Hoofdpiet hè.”

“Nog steeds joh,” reageer ik.
“Ja, nog steeds. Maar dit was toch echt de laatste keer. Jammer, vind ik, maar zo hoeft het voor mij niet meer.”
Of ze de zwartepietendiscussie beu is, vraag ik haar. Maar dat is het niet. Daar kan ze zich zelfs nog wel in vinden.

“We doen huisbezoekjes met de stichting. Mensen kunnen ons bellen, betalen een paar tientjes en wij komen met twee of drie pieten en een sinterklaas ons kunstje opvoeren. Het geld gaat naar de stichting.”
Ik ken het verhaal.
“We bellen bij aan bij zo’n huis. Papa doet open en wijst ons de weg naar de huiskamer. We stormen al strooiende – alleen als de ouders dat goedkeuren – de kamer binnen. Zitten er drie kinderen voor de tv. Ze kijken heel even over hun schouder en richten zich daarna weer op het scherm. Eentje zat er trouwens op een tablet, maar da’s hetzelfde.”
“Gezellig,” zeg ik.
“Nee, niet echt gezellig. Die ouders voelen zich er hoogst ongemakkelijk bij. Mama wou onder een steen kruipen. Met de grootste moeite komt hun kroost even bij de sint zitten. Sinterklaas vroeg de eerste of ze al een verlanglijstje had gemaakt. Had ze niet. Dus sint – Frits, je weet wel, die woonde een paar straten verder vroeger, zat altijd te kloten op het speelveld.”
“Ah, Frits!,” lach ik. “Heeft ‘ie het toch mooi tot sint geschopt.”

Chantal grinnikt en gaat verder: “Meisje had geen verlanglijstje. Ging ze ook niet maken. Haar inspiratie was op. Ze had al een fiets, een barbiekasteel, een mobieltje en iets creatiefs met kleurstiften gehad. Haar broertjes hadden ook een fiets gekregen, verder het ene mannetje een playstation en de andere een enorme doos lego. Hij was na enig aandringen van de sint wel bereid om die doos even te gaan halen. Of zwarte piet even meeliep, want alleen kon ‘ie hem niet dragen.”
Ik krab aan mijn driedaagse baard. “Dus jullie waren eigenlijk te laat?” grap ik.
“Weet ik veel. We maken die desinteresse steeds vaker mee. Ik voel me daar een beetje debiel bij, alsof we als volwassenen het feestje voor onszelf vieren.”

Met een sierlijke zwaai zet de jongeman onze bestellingen op de toonbank. We rekenen af en lopen de deur uit. “Wat ga je nu met je vrije tijd doen?” vraag ik. Chantal denkt even na. “Weet ik niet. In ieder geval even niks met kinderen. En ook niet met ouders.”
terug

oh

dat?

hoofdpiet

he!