Foute sokken

- 02 November 2017 door Edwin Timmers -

De trein die het station binnenloopt schudt het tableau vivant op het perron op. De wachtenden maken opeens aanstalten zonder precies te weten wat aanstalten zijn. Met een schreeuw komt de trein tot stilstand. Iedereen gaat voor de deuren staan, zowel de reizigers in de trein als de reizigers in wording op het perron. Ik moet dat gedring niet en houdt dus enigszins afstand, wat het uitstappen zou vergemakkelijken mits iedereen mijn voorbeeld zou volgen. Naast mij staat een keurig geklede, goed verzorgde man, halfweg veertig, met een minzame glimlach op zijn gezicht en een felgroene sjaal om zijn hals. Als ik de tijd rijp acht om in te stappen, komen we tegelijk in beweging. Hij houdt in en zegt met een sierlijk armgebaar dat ik eerst mag.
Ik neem plaats tegenover een jonge krullebol van een jaar of achttien. Hij kijkt op van zijn mobieltje en knikt kort en vriendelijk waarna hij zich weer op zijn telefoon richt. Uit de andere richting als waar ik vandaan kwam komt de keurig geklede man aanlopen. Of hij naast mij mag zitten. Natuurlijk mag dat. Ik schuif iets verder door naar de raamkant en hij neemt plaats. De jongen kijkt nogmaals op en herhaalt zijn begroetingsritueel voor zijn nieuwe reisgenoot. De trein vertrekt.

De krullenbol legt zijn linkerbeen op zijn rechterknie, waarbij de sok onder de broekspijp vandaan komt, en tikt daarbij per ongeluk tegen het been van de man naast me. “Sorry,” zegt de jongen. “Geen probleem hoor,” zegt de man. De sokken die de jongen draagt zijn erg bont. Alsof de sokkenfabriek alle restjes van elke kleur garen in hun assortiment in dit model heeft verwerkt. Sokken die vrolijk stemmen.

De jongen heeft oortjes in en tikt met zijn rechterhand het ritme van de muziek mee op zijn linkervoet. Telkens wisselt hij een bezeten tikken op het scherm van zijn mobiel af met een moment van staren uit het raam. In die staarmomenten geeft hij zijn gesprekspartner vermoedelijk tijd om te reageren.

“Leuke sokken,” zegt de man op geamuseerde toon tegen de jongen. Hij reageert niet. De man onderneemt geen tweede poging en vouwt een Metro open. Even later haalt de jongen de dopjes uit en zijn oren en richt tot de man: “Sorry, wat zei u?”
“Ik zei dat je leuke sokken draagt,” antwoordt de man terwijl hij de Metro weer dichtvouwt.
De jongen glimlacht zuur en wil de oordopjes weer terug in zijn oren plaatsen, maar bedenkt zich. Hij zet zijn linkerbeen terug op de grond, haalt diep adem en zegt: “Ben jij homo of zo?” Hierop komt hij overeind en loopt stuurs de coupe uit.

De man kijkt me aan en haalt zijn schouders op. “Je mag als nicht ook echt niks meer zeggen tegenwoordig!” zegt hij en vouwt breed grijnzend de Metro weer open.
terug

leuke

sokken

heb

je