Gastvrije oorden 2

- 13 October 2017 door Edwin Timmers -

Wat is gastvrijheid? Deze vraag vormt de leidraad van het boek dat Tribe ter viering van haar vijfentwintigste verjaardag gaat publiceren. Hiervoor worden vijfentwintig gastvrije oorden aangedaan. Het eerste is strandpaviljoen Oost op Vlieland. Tribe ontwierp en realiseerde dit pareltje op het witte zand. Vorige week vertelde ik over de heenreis, vandaag over het verblijf. We reden van de boot en de zon brak door. Daar waren we gebleven.
John stuurt de Defender over de Havenweg naar de Fortweg die op het duin eindigt. Een flink ruwhouten bord, waarop het fraaie logo van Oost prijkt, wijst de weg naar het strandpaviljoen. We sjokken het duin af en zien het: parmantig op een bescheiden terp, licht, niet opzichtig, zuiver van vorm en op enkele meters van waar het helmgras het duinzand bijeenhoudt. De zee heeft honderden meters prachtig strand blootgelegd die ze zich straks weer zal toe-eigenen.

Willem Joosse en Joanke Otten, de eigenaren, zitten op het terras. Ze weten waarvoor we komen. John en Doroté zijn goede bekenden en worden hartelijk begroet. Ik ben nieuw en wordt door beiden met gezonde reserve onthaald.

Willem laat zich pas iets ontvallen als het groot genoeg is – niet elke scheet hoeft te worden gemeld. Morgen zal hij, in een andere context, zeggen dat hij ‘nogal hoog op smaak is’. De smaaksensatie mag best sterk zijn, vindt hij. Dit ‘hoog op smaak’ zijn, hoor ik terug in zijn niet zelden tamelijk ironische opmerkingen. Deze gekruide manier van spreken deelt hij met Joanke.

We praten wat en als er een stilte valt kijken we gezamenlijk naar de zee. Willem vertelt dat alles hier een paar weken geleden in een dikke mist gehuld was. “En plotseling was er een blauw gat in de mist,” merkt hij met zichtbaar genot op, terugdenkend aan hoe de zon opeens een bres in de mistmuur sloeg. Dergelijke ervaringen bewijzen voor hem dat dit “het mooiste plekkie van Nederland” is.

Een vrouw van rond de zestig loopt het terras op, haar halflange haar deint ongebonden om haar vriendelijke gezicht. Ze spreekt John aan: “Bent u de architect?” John bevestigt met een bescheiden knik. “Heel mooi hoor,” zegt de vrouw. “Mijn complimenten!” Willem recht trots zijn rug.

Later die avond eten we in Oost. We zitten in het verhoogde deel van het paviljoen. Joanke sluit bij ons tafeltje aan en Willem neemt plaats aan de tafel ernaast. Samen drinken we een heerlijk ritselende droge witte huiswijn, waarover Joanke terecht erg enthousiast is. Willem draagt een donkerblauwe hoody op een blauwe spijkerbroek. Zijn stijl is casual. Joanke is pico-bello gekapt, haar haar in een wrong. Ze draagt een hooggesloten windjack. Pieter serveert. De hele avond volgen Joanke en Willem zijn verrichtingen nauwlettend. Als iets hen niet zint, grijpen ze nagenoeg onmerkbaar in met een gebaar, een knikje of een gefluisterd woord. De humoristische jongeman kent de nukken van zijn werkgevers.

De plek is werkelijk prachtig. Permanent, maar traag verandert de zakkende zon de omgeving van kleur. Op het strand heerst het geluid van de rustige zee. De geluidsbeleving is vergelijkbaar intens met die van een besneeuwd weidelandschap. Het maakt alert en is tegelijk rustgevend. Rond tien uur lopen we terug naar het dorp, nagenietend van een heerlijke maaltijd.

De wekker. Douchen, ontbijten en naar Oost voor het interview. Later deze dag ben ik verrast door de spraakzaamheid van Joanke en Willem voor de camera en door hun doordachte verhaal. Dit verhaal een college over gastvrijheid noemen, is wellicht wat overtrokken, hoewel het er dicht tegenaan zit. Het hele verhaal bewaar ik voor het boek. Willems metafoor van gastvrijheid wil ik u echter niet onthouden.

Toen ik Willem de lastige vraag voorlegde wat gastvrijheid nu eigenlijk is, dook hij in de geschiedenis, naar de tijd dat reizigers te voet of op een paard gingen. Gasten waren in die tijd doorgaans welkom in kleine gemeenschappen. Ze mochten mee-eten met wat de pot schafte en kregen een plek bij de haard. “Gasten waren mensen die bij jouw vuur mochten aansluiten,” doceert Willem. Onbewust zegt hij hiermee iets heel waars, zeker met betrekking tot strandpaviljoen Oost. Het vuur, oftewel, de passie en de gedrevenheid van de twee horeca-ondernemers nodigt uit tot aansluiting. Willem slaat de spijker op zijn kop met deze metafoor. Hun gastvrijheid is niets anders dan de wens gasten te ontvangen die bij hun vuur willen aansluiten.
terug

wat

is

gastvrijheid