Gastvrije oorden 3

- 16 December 2017 door Edwin Timmers -

Wat is gastvrijheid? Deze vraag vormt de leidraad voor het boek dat Tribe ter viering van haar vijfentwintigste verjaardag gaat publiceren. Hiervoor doen we vijfentwintig gastvrije oorden aan. Dit keer streken we neer in 's-Hertogenbosch, bij Kings Barbers aan de Kruisstraat.
Onlangs vroeg iemand me waarom ik wil weten wat gastvrijheid is. Goeie vraag. Misschien moet ik de mijne anders formuleren. Hoe komt het dat sommige zaken vol zitten en andere niet? Waar ligt dat aan? Is het het interieur? Zijn het de mensen die er werken? De locatie? Wat het ook is, Kings Barbers heeft het allemaal. Ga gerust kijken, je zult het ervaren.

Den Bosch heeft veel mooie plekken. Eén ervan is Uilenburg, een wijk met veel historische panden waarin veelal kroegen en kleine speciaalzaken gevestigd zijn. De autoloze en met kinderkopjes geplaveide Kruisstraat loopt dwars door deze wijk, de meeste zaken eraan hebben nog van die klassieke winkelpuien met veel robuust houtwerk. Achter een van die puien zit Kings Barbers.

‘Hier heeft u van haar geen last,’ lees ik op een natuurstenen plaat bij de ingang. Met een glimlachende knar stap ik de men-only kapperszaak binnen. Links staan een paar oude kerkbanken, donker gebeitst. Dit is de hoek waar klanten op hun beurt wachten. Niemand wacht, wel zijn alle zeven kappersstoelen bezet. Zaterdagmiddag half twee, bedrijvigheid op gesmeerde rolletjes.

Johnny heet me welkom. Zelfverzekerd, rechte rug, brede schouders, een vriendelijk en open gezicht waarin ogen stralen die de mijne niet ontwijken. Hij peilt me, schat in wie voor hem staat en brengt me naar eigenaar Pascal van Lith, iemand die staat als een huis. Hij is bezig met een klant, ze voeren een gesprek. Hij knikt naar Johnny, die terug naar zijn klant gaat, en neemt mij op met een korte blik vanuit de hoogte. Misschien roept mijn verschijning dedain op, maar zoveel is sinds lang niet over me uitgegoten. Ik stel me voor. “O!” zegt hij. “Voor John, van Tribe.” Zijn gezicht slaat om als een blad aan de boom. Kijk maar vast wat rond, zegt hij, want hij is nog even bezig. Meteen concentreert hij zich weer op de klant, die ontspannen wacht met zijn wangen wit van het schuim.

De zaak zapt de bezoeker terug in de tijd. De kaptafels, kasten, toonbank en spiegellijsten zijn allemaal van donker gebeitst hout. De pastelgroene wanden nauwelijks zichtbaar vanwege de honderden schilderijen, foto’s, krantenartikelen, gadgets, spreuken, emaillen reclameborden, enzovoorts enzovoorts. Alles ademt een vooroorlogse sfeer, ook de kleding van de barbiers. Een sfeer die zit als een warme jas.

Pascal heeft het postuur van een mannetjesputter: groot, breedgeschouderd en een krachtig hoofd. Zijn gezicht goeddeels gestoken in een keurig bijgesneden volle baard, de punten van de snor subtiel naar boven neigend. Hij geeft me een hand. “Je kunt hier aan iedereen vragen wat je wilt. Ga je gang,” instrueert hij en stelt me voor aan zijn compagnon Bertie van Rooij.

Een betere ambassadeur dan Bertie, wiens rossige baard met grijze accenten uitloopt in een alerte punt, kan de zaak zich niet wensen. Enthousiasme, trots en levenslust spatten uit zijn ogen. Samen met Pascal bedacht hij het plan voor Kings Barbers. “Bij een potje bier in de kroeg. En nu is er sinds twee jaar dit,” zegt hij terwijl hij met een breed armgebaar de ruimte lijkt uit te vouwen. Vanaf de eerste dag een succes. Begonnen met drie barbiers, nu zeven en op zoek naar drie nieuwe. Bertie wijst naar twee bierflessen op een steun naast een grote spiegel. “De eerste twee biertjes die we hier dronken. Daar blijft iedereen vanaf.” Gevoel voor traditie en symboliek is hem eigen – zijn babyfoto hangt in een lijstje aan de muur.

Inmiddels zijn John en Dorote van Tribe gearriveerd. John roept Pascal voor de filmcamera en ik stel gelijk de vraag wat gastvrijheid is, een lastige vraag, maar dat maakt hem niks uit. Pascal vertelt, John filmt en ik luister. Dom, want gebiologeerd door Pascals stoere hoofd van rustiek eikenhout vergeet ik aantekeningen te maken. Het zij zo, bovendien staat het op film, maar buiten dat is het ook niet belangrijk. Echte gastvrijheid toont zich, en hier zie ik het.

Vanachter de toonbank nam Johnny zojuist met high-five en big smile afscheid van zijn klant. Inmiddels ligt er weer een verse in zijn stoel. Een jongeman uit Ammerzoden. Eens in de zoveel weken reserveert hij een middagje wellness bij Kings Barbers. Als ik hem vraag waarom, kijkt hij me aan alsof ik achterlijk ben. Waarom? “Tja, gewoon omdat het goed is hier. Gezellig en vakkundig.” Johnny tikt me op de schouder. Of hij mag passeren met de beker bier voor zijn klant.

(wordt vervolgd …)
terug

echte

gastvrijheid

toont

zich