Geplande veroudering

- 02 September 2017 door Edwin Timmers -

In 1924 spraken een stel gloeilampproducenten stiekem af dat hun lampen minder branduren zouden krijgen. Dit zou de verkoop doen stijgen. Geplande veroudering, of in het Engels, planned obsolescense, is dat gaan heten. De betrokken bedrijven waren verenigd in het Phoebus-kartel. De documentaire The Light Bulb Conspiracy vertelt het verhaal.
Geplande veroudering, toen ik ervan hoorde werd ik enigszins wantrouwig. Want ik vond het al frappant dat mijn mobieltje even voor het einde van een tweejarig abonnement alsmaar trager werd. Ik kan het niet bewijzen, maar ik kan me voorstellen dat er een minuscule tijdbom in het apparaatje zit. Ik heb het mobieltje nu ruim tweeënhalf jaar en het ding is niet meer vooruit te branden, ook niet na het wissen van zowat alle bestanden. Vorige week viel het scherm kapot. Zou de lange arm van de producent zo ver reiken dat zelfs de val van een kast is ingebakken om de hardleerse consument tot aanschaf van een nieuw exemplaar te dwingen? Ik waag het te geloven.

Een ander soort geplande veroudering is mode. Een modieus persoon steekt zich elk seizoen in het nieuw. Nog lang niet afgedragen kleding van het voorbije seizoen blijft voortaan in de kast om na een paar jaar in de zak van Max te worden weggevoerd. Mode is een eigenaardig fenomeen. Het straatbeeld blijft er fris bij en foto’s verouderen er door. Kijk maar eens naar foto’s van een bruiloft van tien jaar geleden. Iedereen, behalve die ene eigenzinnige oom in zijn eeuwige Stones T-shirt en spijkerbroek, draagt nieuwe kleren. Het eerste wat opvalt is dat die kleren na tien jaar helemaal uit zijn. Veel mensen lachen om zichzelf vanwege hun uitdossing van toen, niet beseffende dat ze op het moment van lachen kleren dragen die evengoed spoedig passe zijn. Het geldt als een pre als je modieus bent. Je scoort eerder op de relatiemarkt. Voor iedereen is er mode, ook voor mensen die denken niet aan mode te doen. Wat ooit punk was, een anti-alles-beweging, is allang door de mode ingelijfd. Er hangt een prijskaartje aan gescheurde kleding.

Gelukkig komen dingen die uit zijn ooit weer terug. Gisteren fietste ik voorbij een nieuwe koffiebar in de watertoren van Den Bosch. Een mooi pand op een mooie plek. Het terras ligt zo’n meter hoger dan het wegdek, wat het tot een verheven en veilige plek maakt. De terrasstoeltjes ken ik nog uit mijn jeugd. De kantine van mijn middelbare school stond er vol mee, en volgens mij de klaslokalen ook. De stoeltjes hebben een kunststoffen zitvlak dat tegelijk met de rugleuning gegoten is. De poten zijn van gecoat metaal. De rugleuning ‘wipt’, herinner ik me. Dit wippen werkte therapeutisch op mijn onrustige inborst, hoewel leraren mij voortdurend (en tevergeefs) maanden toch eens eindelijk stil te zitten.

Ik had niet verwacht dit stoeltje terug te zien in een hippe tent. Eigenlijk is het al terug voordat het goed en wel weg is. Is het nog te vroeg voor een terugkeer? Ik zal het eens aan John van Tribe vragen. Hij weet vast wanneer de tijd voor het tweede leven van spullen daar is, aangezien hij interieurs ontwerpt met gevoel voor geplande verjonging.
terug

interieurs

met

geplande

verjonging