Geurig Nijmegen

- 18 September 2017 door Edwin Timmers -

Ik ken weinig mensen die seks vies vinden. Toch planten we onszelf niet in het openbaar voort. Daar zullen redenen voor zijn. Zou iedereen zich vanaf morgen in het openbaar gaan voortplanten, dan zou men spreken van zedelijk verval. Wat maakt iets vies? Honden ruiken aan elkaars achterwerk en trekken daarbij geen vies gezicht. Als ik iemand iets uit zijn neus zie vissen, trekt er een rilling over mijn rug. Sommige dingen zijn vies. Waarschijnlijk heb ik dat besef in mijn opvoeding meegekregen.
Mijn zoon genoot een opvoeding vergelijkbaar met de mijne, doch minder vrij. Mijn vriendin en ik zaten er net als alle andere moderne ouders verdomde kort op. Dit in tegenstelling tot onze ouders, die ons erg vrij lieten, zonder daarbij een beroep te doen op een of andere opvoedideologie. Maar ik dwaal af. Wat ik wou zeggen is dat mijn zoon en ik zo’n beetje dezelfde dingen vies vinden. Mijn zoon is geen prater, maar kan wel smeuïg vertellen. Met zijn vriendin ging hij naar Nijmegen. Vanwege honger gingen ze eten.

Een hippe tent, lekker licht, krap ook. Feitelijk is het een niet al te grote ruimte waarin simpelweg teveel tafeltjes staan. Knus heet dat, als de rugleuningen van de stoelen aan de belendende tafeltjes elkaar raken. Met de buik in en sorry prevelend schuifelen ze zijwaarts naar één van de twee nog onbezette tafels. Ze bekijken de kaart.

Op het moment dat een jong stel met hun eerstgeborene in een maxi-fukkin-cosi de zaak binnenstapt, geeft mijn zoon de bestelling door: twee sandwiches met een naam die ik vergat, en twee koffie. De mama van het jonge stel wringt zich zelfverzekerd voorop naar het laatste lege tafeltje, de kleine op de arm en papa met de luiertas slaafs erachteraan.

De wereld draait om mama, daar kan ze niks aan doen. Na het doorstaan van barenspijn ben je manlief een paar stappen voor op de weg naar de kern van het bestaan en dat mag de wereld weten.

De gasten genieten van hun versnaperingen en converseren rustig en geanimeerd. Een vlotte meid serveert de bestelling van mijn zoon en zijn vriendin uit. De mama draait haar kleine op zijn kop en ruikt ter hoogte van zijn billetjes aan de luier. Kak. Zeker van haar zaak maant ze met haar ogen papa de luiertas aan te geven. Papa gehoorzaamt (of sterft). Ze legt de dabber voor zich op tafel en verlost hem van zijn volle luier. Papa kijkt erg ongelukkig, ofschoon het trillinkje in zijn rechter mondhoek een zweempje trots op het kordate optreden van zijn lieve vriendin verraadt.

Geen van de gasten is blij met deze vorm van moederliefde en zorgdrang. Babypoep stinkt, de geur bederft de eetlust. Het verschonen van een luier in een krappe eettent is niet gepast. Mama is zich van geen kwaad bewust – het contact met de buitenwereld is verbroken – en ontbloot haar linkerborst waar de kleine gretig op begint te sabbelen. Een leeggescheten baby moet tenslotte snel weer gevuld.

Zouden ze hun kind ook in het openbaar verwekt hebben? Op een tafeltje in de kroeg? Dit zijn de vragen waar mijn welopgevoede zoon momenteel mee worstelt.
terug

net

iets

te

krapjes