Gevaarlijke boeken

- 13 April 2018 door Edwin Timmers -

Weet je wat ik niet verdraag? Nou? Wat ik niet verdraag zijn pseudo-wijsheden als deze: "Moet je als mens geluk nastreven, of is een beetje misere ook goed?" Gadverdamme! Wat een ontzettende leegte. De kul stond in de krant. Maar er is meer stompzinnigs.
"Willen wat je hebt - dat is beter dan krijgen wat je wilt." De voorpagina van het tijdschrift Psychologie preekt wijsheden als een dampende beerput. Nagenoeg elke zin is in gebiedende wijs gesteld. Dit tijdschrift vertelt je hoe je moet leven, met de nadruk op moet. Zodoende vertelt het je automatisch dat je huidige leven fout is.

"Niet zijn wie bent maakt je erg eenzaam"

"Waarom we veel vaker naar buiten moeten"

"Vergroot je zelfinzicht"

Er was een tijd dat ik vatbaar was voor dergelijk geschreeuw. Nu irriteert het me mateloos. Maar ook daarvoor heeft Psychologie een oplossing: “Waarom juist irritante types je iets te leren hebben.” Zo zie je maar, er is altijd wat te leren. En leren is goed. Dus als je kunt leren van iets negatiefs, maak je er wat positiefs van. Jippie hoi hoi! Vreugd o vreugd!

Wat doe je met irritante types? Juist! Hakken in het zand en tegengas. Zet je jezelf tegen hen af totdat ze inzien dat hun irritante gedrag fout is, en confronteer hen daar dan mee. Of ga ze uit de weg. Laat ze. Zoek een andere baan, een andere relatie en verkoop je huis. Allemaal oplossingen met resultaat. Allemaal oplossingen met de garantie dat je er wat van leert.

Teksten als oneindig etterende wonden met woorden die als pus van het papier druipen. Ook een ontsteking is een teken van leven. Helaas een leven zoals we het ons liever niet voorstellen. Er is geen genezing, het zal nooit anders zijn. Dit soort teksten schreef Samuel Beckett. Van hem las ik onlangs het dunne boekje ‘Verhalen en teksten zomaar’ uit 1958. Pittig spul, gevaarlijk zelfs, in bepaald opzicht. Zinnen als pijnscheuten.

Het begint best grappig met een mengeling van slapstick en onverschillige misère. Langzaam wordt het troostelozer. De verteller leidt echter niet aan zelfmedelijden, hij neemt waar en maakt het allemaal niet mooier dan het is. Het boek eindigt met dertien teksten van slechts enkele pagina’s. Hier spreekt wanhoop, de laatste restjes humor smaken inmiddels bitter en bedorven. De verteller weet het niet meer: alles wat hij zegt, is te ontkrachten; alles wat hij doet is zinloos. Waarom lees ik dit boek?

Waarom ik het boek lees is mij ook een raadsel. Hoewel, iets erin intrigeert me. Sowieso is het zaak de teksten heel langzaam en in een heldere staat tot je te nemen. De werking is dan maximaal. Vooral in die laatste dertien korte teksten klinkt zoveel mee. Te snel lezen zou zonde zijn. Ja, die laatste dertien zijn zo compact gecomponeerd, dat het bewondering afdwingt. Elk nieuw zinnetje draagt een inzicht en geeft blijk van pikzwarte vertelkunst. De sfeer die wordt opgeroepen kruipt in je botten en ijlt nog wekenlang na. Je gaat lopen zoals de verteller zich een weg door het leven baant: krom, hinkend en desperaat op het montere af. Ik besef dat dit alles niemand tot het lezen van dit kleine werkje zal aansporen. Toch vind ik het prachtliteratuur, geschreven door iemand die niet dramt over hoe je je leven moet inrichten. Dit is wat ik je te bieden heb, lijkt hij te willen zeggen, en daar moet je het mee doen. Ik heb er nog steeds last van.
terug

in

het

zand