Glazen muiltjes

- 14 February 2019 door Edwin Timmers -

Zo'n koude dag met een zure wind die op onverklaarbare wijze uit een kraakheldere lucht komt vallen. Met een collega-bouwvakker lunchte ik twee weken geleden bij Zus in Boxmeer, waar hij ooit de betonvloer vlinderde. Het was er druk, die doodgewone dinsdag. De man van één van de eigenaressen deed de bediening en nam, met een schuin oog op zijn gasten, alle tijd voor een praatje. Ik gooide het woord op gastvrijheid, wat dat eigenlijk inhoudt. Nou, daar wilde hij wel wat over zeggen. Een mooi betoog volgde waarin hij niet naliet het personeel een veer in de reet te steken. Heel prettig, dit sociale intermezzo in een behaaglijk warme zaak, waar bestek zoetjes op de borden tikte. Met enige tegenzin gingen we de kou weer in.
Vandaag, op de fiets richting Schijndel, denk ik terug aan Zus. Het zal de behaaglijke warmte zijn. Een sterke wind wil me terugblazen naar waar ik vandaan kom en bovendien miezert het. Ik fantaseer een taartje bij de koffie die ik mezelf ga trakteren. Een hekel heb ik trouwens niet aan tegenwind. Waarom zou ik ook. Je kunt ‘m toch niet verdraaien.

Schijndel bouwde op de markt De Glazen Boerderij. Een uitvergrote kopie van een karakteristieke langgevelboerderij, geheel bekleed met glazen panelen, waarop een fotoprint de voormalige boerderij suggereert. Ik wil niemand kwetsen, dus ik zeg niet wat ik ervan vind. In dit enorme pand is onder meer Grand Café Le Verre gevestigd. Verre is het Franse woord voor glas. Ik pak even een zijweggetje, omdat ‘ie te mooi is om te laten liggen.

In het sprookje Assepoester is sprake van glazen muiltjes. Dat de muiltjes van glas zijn, is het gevolg van een vertaalfout in de mondelinge overlevering van het verhaal. Het Franse verre spreek je hetzelfde uit als vair. En vair is dan weer een specifiek soort bontwerk, gemaakt van de pels van een eekhoorn. Zachte schoentjes waren het ooit. Niettemin geeft het glas het sprookje een kinky twist. De Glazen Boerderij heeft die twist niet.

Binnen, in Grand Café Le Verre, werkt de glazen buitenkant overigens wel. De print filtert het licht tot een aangenaam niveau. De ruimte heeft hierdoor geen donkere hoeken.
Ook hier is het druk. Uit lunchen zal populair zijn. Het hoofd van de bediening, een man, vraagt of ik boven wil zitten of aan de bar. Boven lijkt me te afgezonderd – ik wil kunnen zien wat er gebeurt – dus ik kies voor de bar. De vrouw van de bediening neemt het over. Zij brengt me een koffie en even later een monchougebakje in een glas.

Achter me zitten een zestal zeventienjarige meiden. Voordat ze het bestek in hun bestelling zetten, maken ze een foto van wat hen is voorgeschoteld. Een modern ritueel. Vroeger sloeg men een kruisje, nu deel je hetgeen je gaat verorberen via sociale media alvorens je je tanden erin zet. Een woord dat opvallend vaak voorbij komt, is Tikkie. Een van de meiden kocht een nieuw jasje.

Het blad van de bar is van zwart PVC met een houtnerfstructuur, lekker glad. Ik zet het meegeleverde lepeltje in de stevige monchou. De wand achter de bar is van beukenhout, enkele panelen afgewerkt met kopshout, net als de vloer. Een dikke pilaar naast me is bekleed met een zware groen-witte stof met barokke motieven. Ik ga wat achterover hangen om voorbij de pilaar te kunnen kijken.

Een paar meter verderop zitten vier bouwvakkers, wat ik uit hun kleding opmaak. Op hun bord liggen hele dikke witte boterhammen. Echt dik, misschien wel tien centimeter. Maar ze laten zich niet door zo’n gevaarte intimideren. De eerste spert zijn muil en schuift er een derde van zijn lunch in. Praten kan hij nu niet meer. De andere drie zijn onder de indruk en proberen het ook. Het lukt niet, dus ze drukken de reuzensandwich wat aan. Nu lukt het wel.

Aan een tafeltje voorbij deze waaghalzen zit een wat oudere man onder een namaakplant met witte bladeren. Enkele bladeren kriebelen op zijn kale hoofd. Zijn handen reiken naar dat wat voor een tak moet doorgaan. Ik zie hem twijfelen. Nee, hij breekt de tak niet. Nep groeit niet aan, moet hij gedacht hebben. De witte blaadjes mogen zijn hoofdhuid blijven plagen.

De driekoppige bediening heeft de volle zaak onder controle - iedereen zal voorzien zijn van spijzen en drank. Ze staan aan het andere eind van de bar en buurten wat. De deur zwaait sierlijk open en er stapt een lieftallige dame binnen. Haar bobkapsel is geactualiseerd met een grijze spoeling, wat goed matcht met haar halflange jas van lichtgrijs pluche. Het hoofd bediening wendt zich tot haar. Ze zegt ice tea. De man juicht bijna, zo blij wordt hij van deze twee woorden. De vrouw van de bediening houdt zich op de vlakte, ze tast af, ze neemt de lieftallige dame, die met zoveel enthousiasme wordt ontvangen, van top tot teen in zich op. Een concurrente.

Ice tea schijnt moeilijk leverbaar, vandaar de blijdschap. De ijstheevamp is blij dat ze als geroepen komt en start haar tablet op. Even later verlaat ze de zaak onder uitbundig wuiven van de twee mannen van het personeel. De vrouw van de bediening glimlacht heel zuinig. Een ijskoningin.

Twee van zes zeventienjarige meiden staan bij de bar. De eerste opent de lollypot en de tweede grabbelt er een lolly uit. “Hou maar open!” roept een derde achter me. Alle zes met een lolly in de mond beginnen ze het omslachtige betalingsritueel bij de kassa. Relatief vermogende jongeren geven hun geld langzaam uit. Ieder voor zich en stuk voor stuk diep tastend in hun portemonnee voor cash of card. “Tikkie?” roept de laatste. Ze blijkt toch echt de bodem van haar beurs bereikt te hebben. Een ander lost het voor haar op. Nu gaan de meiden afscheid nemen. Van het personeel en van elkaar. Dit is topdrama.

De volgende tevreden klant staat bij de kassa. Een besnorde man, dun in het haar, met fietsbenen en een onbestemde trui. Zijn vrouw doemt achter hem op en richt zich tot de ontdooide ijskoningin: “Je bent weer terug?” Een onnodige vraag, maar een mooie. “We konden elkaar niet missen,” antwoordt de gesmolten koningin. “Elkaar!” Ze draagt gifgroene grootformaat oorbellen, is good lookin’ en weet en betreurt dat ze de veertig voorbij is. Haar ogen spelen de blues. Een fraai slotakkoord in deze veredelde doorzonserre.
terug

veredelde

doorzonserre