Het ademen der dingen

- 13 November 2017 door Edwin Timmers -

De klok in de keuken doet maar wat sinds de wintertijd inging. Soms loopt ze vier uur voor, dan weer ruim zeven uur achter. Willekeur. Hoewel ze zich gedraagt alsof ze het goed wil doen, krijgt ze het niet voor elkaar. Op de wijzerplaat staat 'radio controled', wat betekent dat het uurwerk zichzelf op gezette tijden zou moeten afstemmen op een tijdsignaal in de ether. Al meerdere keren zag ik de frêle wijzertjes, wiebelend als de poten van een langpootmug in de wind, korte schokkerige sprintjes maken. Het bewijs dat ze het blijft proberen.
Een week geleden gaf ik haar nog twee dagen om te doen waar ze voor dient. Zou ze het dan nog steeds niet doen, dan is het afgelopen. Net binnen het verstrijken van de tweede dag gaf ze de juiste tijd aan. Wonderlijk. Een paar dagen later was ze het weer kwijt, onverschilliger dit keer. Het nerveuze trillen en schokken bleef uit.

Ze doet niet meer wat ze hoort te doen. Als tijdbaken verloor ze haar waarde en toch kan ik het niet over mijn hart verkrijgen haar weg te doen. Die pogingen, dat nerveuze trillen en het succesmoment: het ding is gaan leven. Dus hangt ze daar, stug volhardend in het aanwijzen van onbruikbare tijdstippen. Ik vrees dat ze protesteert als ik haar met twee handen van het spijkertje in de muur til.

Mijn relatie tot de platen in mijn flinke platencollectie is al niet anders. Het merendeel zal nooit meer op mijn platenspeler belanden. Kerst 2016 besloot ik de collectie uit te gaan dunnen. Drie uur verder had ik welgeteld drie LP’s apart gezet. Een stapel van vijfentwintig nam ik van zolder mee naar beneden. Deze hielpen me de kerst door. De drie gesepareerde platen staan inmiddels ook weer in de kast.

Als je aandachtig naar je spullen luistert hoor je ze ademen.

Iedereen heeft thuis een houten bakje met allerhande, waaronder een nagelknipper, een schroevendraaiertje, vreemde munten, moertjes, pasfoto’s en naalden. Probeer die pasfoto’s maar eens weg te gooien.

Een zekere vertedering voor levenloze dingen is me niet vreemd. Onlangs zag ik een filmpje waarin een koploze robothond acteerde. Het ding drentelde over geaccidenteerd terrein. Op zeker moment trapt een wetenschapper het ding omver. Ik hoorde de servo’s paniekerig zoemen. Amper drie tellen later is de kunsthond weer opgekrabbeld. De wetenschapper keek trots naar de camera. Ik vond hem een bruut.

Zou ik de enige zijn die zich op de hierboven beschreven wijze tot de dingen verhoudt?

Mijn partner vraagt of ik even naar de slager fiets voor een stuk worst. Ik spring op mijn trouwe stalen ros en raas de brandgang uit, de straat op. Staat die man daar zijn auto te strelen? Ik fiets gauw verder, want de slagerij sluit zo. Met een lekkere worst onder de snelbinders kom ik terug de straat in. De man hangt met zijn bovenbenen en onderbuik tegen het glanzende blik en streelt het voertuig nog steeds, dit keer de bovenkant. Zijn gezicht verraadt tevredenheid. Hij maakt zich los van de plompe bolide en gooit een spons in een emmer sop. Vervolgens krabbelt hij met een wijsvinger over de voorruit. Die moet wel gek zijn op zijn kar.
terug

als

je

aandachtig

luistert