Het Oosten binnenlaten

- 13 September 2017 door Edwin Timmers -

Dingen die voor mij gewoon zijn, zijn niet voor iedereen gewoon. Ik vertel niets nieuws, iedereen zal het beamen, en toch wordt iedereen er telkens opnieuw weer mee geconfronteerd. Zo besefte ik pas tijdens een bezoek aan mijn Turkse buurman, waarbij iedereen zijn schoenen bij de voordeur achterliet, dat ik op schoenen door mijn eigen huis loop. Nooit eerder bij stilgestaan.
Onlangs las ik de roman Landschapsseks van Nachoem Wijnberg. Een raar boek, hoewel ‘raar’ een zeer matige kwalificatie is. Wijnberg heeft een afstandelijke manier van vertellen, soms neigend naar gevoelsarmoe. Hij lijkt alleen maar te registreren, en hij doet iets met zinnen, iets, waar ik de vinger niet op kan leggen, maar wat ik wel heel grappig vind. Ja, ik lach nogal eens hardop als ik zijn boeken lees.

Een flink deel van Landschapsseks gaat over kunst en daar weer een flink deel van over Chinese schilderkunst. Over Chinese schilderkunst kan ik kort zijn: ik weet er niks van. Maar daar komt verandering in, want mijn eerste boek erover ligt hier al op tafel.

De uitvinding van fotografie in 1839 veroorzaakte paniek bij veel kunstschilders in het Westen, zegt het boek. Voortaan zou een apparaat hun werk beter doen. In China reageerde men koelbloediger. De traditionele Chinese schilderkunst was fundamenteel abstract: een combinatie of harmonie van de natuur en menselijke emotie. Kunstenaars streefden niet naar een trouwe kopie van de natuur (of de wereld), maar lichtten er elementen uit waarmee ze hun eigen wereld bouwden. Zelden bekommerden ze zich om perspectief, anatomie en dergelijke.

Het boek van Nachoem Wijnberg opende mijn ogen voor kunst uit het Verre Oosten. Zoiets alleen al vind ik prachtig, want waar ik me eerst (min of meer) voor afsloot, werkt nu als een trigger.

Vandaag las ik dit op een website over Japanse interieurs: “De fascinatie die wij als Westerlingen hebben voor Oosters interieurdesign is eenvoudig te begrijpen: rust, ruimte, sereniteit, stilte en oog voor detail. Dit zijn zaken waar wij in het haastige Westen stiekem naar verlangen.”

Een zwamtekst natuurlijk. Ik ontken niet dat traditionele Japanse interieurs rust en sereniteit doen ervaren, maar dat wil zeker niet zeggen dat traditionele Westerse interieurs altijd bonte spektakels zijn (kijk maar naar de schilderijen van Vermeer). Bovendien leidt ook het gros van de Japanners een jachtig leven in de stad. Zo jachtig zelfs, dat bedrijven voor het doen van een dutje sterk in opkomst zijn. Nee, geen hotels, maar een soort kroegen waar je slaapt in plaats van praat. Ik kwam trouwens terecht op die website over Japanse interieurs omdat ik me afvroeg of ze daar echt wanden van rijstpapier maken. Dat doen ze dus. Niet alle wanden natuurlijk. Wanden van rijstpapier vragen om een andere manier van wonen, minder destructief, behoedzamer, stel ik me voor. Hoeveel wind verdraagt een rijstpapieren wand?

Indirect getriggerd door Landschapsseks bleef ik hangen in een Netflix-serie over Japanse tradities. Een aantal blogs geleden verwees ik er al naar. De serie was anders dan Westerse documentaire series, andere humor en andere presentatie en vormgeving. Het valt me op dat ik het dan moeilijk vind om zoiets serieus te nemen. Dom natuurlijk, maar zo gaat dat bij dingen die ik niet ken.

In aflevering vier wordt de kijker rondgeleid door een traditionele Japanse tuin. Elk detail is overdacht en krijgt betekenis in het geheel. Nu is het zo dat Westerse modeltuinen evengoed overdacht zijn. Toch zijn ze anders, ze komen voort uit een andere manier van denken. De Japanse tuin heeft geen grasmat, besefte ik pas een dag later. Wel is mos een gewaardeerde plant. De Japanner koestert zijn mosmat. Sinds ik dit weet, kijk ik met andere ogen naar mijn piepkleine gazonnetje, waaruit mos het liefst alle gras zou weren. Ik denk aan alle moeite die mijn buren en mijn vader zich getroosten in de strijd tegen mos.

Dit is wat gewoonte doet: de een gaat een gevecht aan met iets waarover de ander zijn schouders ophaalt.
terug

dat

doet

gewoonte