Horeca Hamburg: Waarom zo bot?

- 19 December 2019 door Edwin Timmers -

Tranen van verdriet biggelen over de wangen van een lachend gezicht. Tegenstrijdige emoties kunnen gelijktijdig aan de oppervlakte treden. Het hoeven niet altijd verdriet en plezier te zijn. Evengoed zijn het pijn en euforie. Of ergernis en plezier, zoals in een kroeg in het Duitse Hamburg.

Met een zevental vrienden elk jaar een lang weekend weg. Elk jaar een andere stad, dit jaar dus Hamburg. Fijne weekenden waarvan een groot deel in kroegen wordt doorgebracht.

De eerste avond belandden we in Zum alten Ritter St. Georg, een kroeg (of Kneipe, zoals de Duitser zegt) ten noorden van het centraal station. Een bruin interieur met een getekend gezicht als van een hoogbejaarde man of vrouw. Opvallend hoe oud en versleten een café mag zijn. Een smalle kroeg. Voorin een bar met krukken, we lopen door naar achteren en gaan zitten aan een grote tafel. Pal aan onze tafel dartten drie grapgrollende jongeren op een elektronisch dartboard. Nu en dan raakte een afgekaatste pijl een van onze grote glazen bier. Niks kon ons deren.

Een dag later aten we Koreaans. De tafels in het restaurant waren rond en laag. We zaten op kleine vaatjes waarvan het zachte zitvlak het deksel was. Je kon je jas kwijt in het vaatje waarop je zat. Het eten was er goed en de sfeer hectisch en prettig als in een film. Iemand stelde voor om naar de Reeperbahn te gaan.
De Reeperbahn wordt vaak vergeleken met de Amsterdamse Wallen. We arriveerden er tegen elven en een kwartier later zaten we alweer in de taxi terug naar het centrum. Dit was kennelijk niet wat we zochten. Om half twaalf stapten we verheugd een tjokvolle Zum alten Ritter St. Georg binnen. We dronken er wat bier en wodka en staken het plein over om de kroeg Max & Consorten te verkennen.

Max & Consorten is ruimer en lichter dan de gemiddelde kroeg, minder bruin. Het plafond heeft een beige-witte balklaag. De wanden aan de raamkanten zijn wit waarop in zwart een fraaie panoramaschildering van de Hamburgse haven is aangebracht. Het mooist vond ik de grote, in vakken verdeelde ramen die op navelhoogte beginnen. Omdat de ramen hoger geplaatst zijn, voel je je minder bekeken zonder dat je zicht naar buiten al te veel belemmerd wordt. Deze ramen geven de kroeg de uitstraling van de kajuit van een negentiende-eeuws zeeschip. Er hangt een zachte, gemoedelijke sfeer, perfect voor mooie gesprekken en gevatte kolder. Varen zonder deining.

Het gros van de gasten zat te eten en te drinken aan lange tafels. De rest dronk en keuvelde wat aan een enorm, tot bartafel omgebouwd wijnvat achterin waarop een bronzen beeld van een mijnwerker stond. We namen plaats aan een lange tafel. Een van de twee barmannen kwam de bestelling opnemen. We moesten snel zijn, want heel zijn houding gaf te kennen dat hij geen zin in gedraal had. Kortaf herhaalde hij de bestelling, wij bevestigden en weg was hij. De tweede bestelling nam hij al even horkerig op. Zou hij een hekel aan Nederlanders hebben? Teveel gewerkt, een slaaptekort? Waarom? We zijn geen schreeuwers, we stinken niet en we houden onze handen thuis.

Onze zit in Max & Consorten was lang. De barman bleef onverminderd stug en zijn collega deed wat dat betreft niet voor hem onder. Nooit eerder maakte ik zulk ongastvrij personeel mee. Harde werkers, maar te bot voor het vak. Toch was het een prachtige nacht in een hele mooie kroeg. Mij hoor je niet klagen.

terug

toch

een

prachtige

nacht