Huiskamerrestaurant

- 06 April 2018 door Edwin Timmers -

Er waren nog twee plekken vrij. Of wij wilden aanschuiven.
Een paar keer per jaar promoveert een vriend zijn huiskamer tot restaurant. Kwestie van naamgeving, want meer dan voortreffelijk koken voor tien gasten doet hij niet. De huiskamer blijft huiskamer.

We waren ruim tien minuten te laat, mijn vriendin en ik. Toch werden we enthousiast en gastvrij ontvangen. Koud de jas uit werd ons een roze cava in de hand gedrukt. Hiermee maakten we een voorstelrondje langs de andere gasten, die we voor het eerst zagen. Een minuutje later werd ons allen verzocht plaats te nemen aan de grote ovalen tafel.

Altijd wat onwennig om je maag te vullen te midden van onbekenden. Ik merkte het aan mijn smaakpapillen. De smaken van de eerste gang, een stukje zalm op groen sponsachtig materiaal geserveerd op een flinke kiezelsteen, kwamen nog niet allemaal tot uiting op mijn gereserveerde tong. De cavabubbles werkten echter als een sociale warming-up.

De eerste gesprekken kwamen op gang. De vrouw rechts naast me scheen ik eerder gezien te hebben. Ze zei dat ze de hapjes had verzorgd op een feest van een andere vriend. Ik merkte op dat ik haar daarvan niet meer herkende. “Kan kloppen,” reageerde ze trots. “Sindsdien ben ik tien kilo kwijt.” Dat bedoelde ik eigenlijk niet, maar liet het zo. Ik complimenteerde haar met haar nieuwe postuur. Ze straalde.

Tegenover me zat een man die handelde in exclusieve etenswaar. Een vertelkunstenaar bovendien. Hij nam de tijd om willekeurige ervaringen zo te ontvouwen dat je het gevoel had er zelf bij te zijn geweest. Naast hem zat een stel met hun zestienjarige zoon. Nuchtere en aardige lui. Hij runt een populaire kroeg. Een kroegbaas zonder bravoure. Na een paar wijntjes werd de zoon mondiger. Zijn puberale opstandigheid kwam naar de oppervlakte. Papa en mama ondergingen zijn spot gelaten.

Rechts zaten drie vrouwen. Twee van hen hadden een relatie. De derde, een tamelijk forse dame met een Breugheliaans blozend gezicht, verlangde naar gespreksinput. Haar koele ironie trof me. Helaas was de avond te kort om er vol in mee te gaan. De vrouw naast me eiste al mijn aandacht, wat niet erg was omdat haar verhalen bijzonder smakelijk waren.

Ze freelancet als hapjeskok en ze is therapeut met een eigen praktijk. De theorie achter haar therapie gaat ervanuit dat alle lichamelijke klachten gelinkt zijn aan psychische (en andersom). Alles is kortom psychosomatisch. Nadat ze dit te berde had gebracht keek ze me indringend in de ogen.

Misschien herkent u het. Soms bekruipt me het gevoel dat mensen straal door me heen kijken. Dat mijn schedel transparant is en de werking van mijn hersenen rationeel als de motor van een antieke tractor. Een misvatting, die ik helaas niet altijd vat. Toch wens ik me nu en dan een doorzichtige hersenpan. Zodat iemand met een het lichtsignaal uit een kleine zaklamp de haperende delen in de machine zou kunnen smeren. Hoe het ook zij, ik dacht dat ze me doorhad.

De afgelopen maanden verliepen moeizaam. Een getroebleerde geest. Ik sta weer eens op een splitsing in mijn leven. Inderdaad, ik ben bijna vijftig, een leeftijd waarop keuzedwang normaal is. Maar ik herken het gevoel uit eerdere momenten in mijn leven. Als ik er geen gehoor aan geef, gaat het niet goed. Tegelijk beginnen de jaren wel degelijk te tellen op lichamelijk vlak. Stramheid en tennisarmachtige verschijnselen over het hele lichaam. Ik dacht dat ze me doorhad.

Maar ze had me niet door. Wel maakte ze opeens een rake opmerking. Het viel haar op bij menig getraumatiseerd mens, waarvan ze er veel in haar praktijk ontvangt, dat het dwingende stemmetje van een zevenjarige in diens brein spreekt. Het bange stemmetje van een onwillig, dreinend kind. Dit stemmetje hoort niet te spreken in het brein van een volwassene, vond ze, terecht. “Gedraag je als een volwassene,” zei ze. Ofschoon dit niet aan mij gericht was, nam ik het wel ter harte.

Een bijzondere avond, die we afsloten met koffie, kussen en ferme handdrukken. “Wie weet, misschien tot ooit.” Zo namen we afscheid. Als echte volwassenen die weten dat dat ooit hoogstwaarschijnlijk nooit komt.
terug

aan

een

ovalen

tafel