Humor

- 10 April 2018 door Edwin Timmers -

De bouw is een grappige plek.
De stoel zucht en kraakt vervaarlijk als een beer van een vent, een goedlachse stukadoor, erop gaat zitten. Hij heeft bakkebaarden, een kuif met sporen brillantine en zweetparels op zijn voorhoofd, want nog gauw even voor de pauze een wandje in de pleister gezet. De gastheer, eigenaar van het huis dat verbouwd wordt, schenkt koffie in de geïmproviseerde kantine. Of de stukadoor er een gevulde koek bij wil. Die hoeft hij niet: "Een balansdagje hè!"

Hij mengt zich in het gesprek, wat het gesprek ten goede komt. Naast zijn stukadoorswerk is hij muzikant en als zodanig maakt hij veel smakelijks mee. De schemergebieden van de muziekpraktijk hebben zijn voorkeur. Regelmatig ziet hij op verschillende piepkleine festivals in Europa mensen op het podium staan die er zelden of nooit hebben gestaan, maar wel een volstrekt authentieke uitstraling en stijl hebben. Ik zie het voor me. Hij drinkt van zijn koffie en pakt een gevulde koek uit de verpakking op tafel. Er valt een stilte, die hij gebruikt om iedereen op zijn gemak in de ogen te kijken en om een hap van de koek te nemen. “Hadden jullie niet verwacht hè,” zegt hij. “Ik maakte maar een grapje. Mijn balansdag is morgen.”

Ruim een uur eerder begonnen mijn collega en ik met de stort van een kleine garagevloer. De betonpompmachinist had zijn betonpomp al opgesteld toen wij arriveerden. Even voorstellen en aan de slag. Dabberend door de verse beton zeg ik tegen mijn collega dat ik de machinist eerder heb gezien, maar dat ik niet weet waar. Mijn collega kent hem ook ergens van.

De beton ligt erin en ik loop naar de machinist. “Zou kunnen,” zegt hij als ik hem zeg dat ik hem eerder zag. “Ik ben altijd porno-acteur geweest.”

Er zijn dagen die zo heet zijn dat, als het regent, de druppels verdampt zijn voordat ze de grond raken. Twee dagen voor het werk met de porno-acteur stortten we een stukje vloer aan een bestaande bedrijfshal met een andere machinist met een behoorlijk ruig verleden – nauwelijks te temmen lef en levenslust –, die op creatieve wijze naar die weersgesteldheid verwees. Prima kerel trouwens, goed mee te werken. De week ervoor draaide hij meer dan negentig uur. Dat is veel, maar het feit imponeert me niet. “Je moet het zo zien,” zei ik tegen hem. “Als je zoveel uren maakt, komt er ook veel geld binnen.” Een tamelijk suffe opmerking, ik geef het toe, met de bedoeling hem uit de tent te lokken. “Ha!” reageert hij. “Met die van ons [zijn vrouw] is het geld op voordat het de bank raakt!”

Even later heeft hij honger en begint een lofzang op gefrituurd voedsel. Een vette bek, zo noemt hij het lekkers van de snackbar. “Ik had het er pas met mijn schoonvader over,” zegt hij. “Wat jij, seks of een vette bek? Een vette bek ja, daar hoefde hij niet lang over na te denken.”
terug

een

vette

bek