Joris Breedschot bezoekt Gent

- 27 December 2017 door Edwin Timmers -

Hij zag er van af na het zien van een foto op Instagram, anders had mijn chef me opslag gegeven. Maar dat gebeurde pas later. Eerst bezocht ik Gent. Met vijf personen in de Nissan Micra van mijn vrouw. Het schoot lekker op. Het formaat van een voertuig heeft dan ook weinig invloed op de reistijd. Beenruimte heeft wel invloed op de reisbeleving. We waren blij dat we er waren. Gent knipoogt naar haar bezoekers. Je kunt er goed eten.
Mijn favoriete collega vond dat ik er eens tussenuit moest. We communiceren eerlijk en direct op de zaak. Al mijn collega’s weten dat hij mijn favoriet is, veruit. Als hij zegt dat ik er tussenuit moet, geloof ik dat. Mijn chef liet me per e-mail weten dat het potje voor uitjes leeg is. Dan maar geen nieuwe banden op de Nissan Micra. Volgens de garagist kon het nog net. “Joris,” zei hij. “Het kan nog net.” Thuis boekte ik meteen twee kamers voor een nacht bij een hotel in Gent. Mijn vrouw was blij dat ze mee mocht, mijn kinderen blokten verveeld de datum in hun agenda.

Ik had honger, maar eerst moesten we over de kerstmarkt die zich uitstrekt van de Sint-Baafskathedraal tot voorbij het Belfort. Het sneeuwde, wat de sfeer aandikte en mijn honger vergrootte. Een gure wind blies ons naar de Leie. Prachtig. Gauw door naar de Sint-Jacobskerk, niet voor de biecht of een aflaat, maar voor de lunch en wellicht alvast een glas Belgisch bier. De Trollenkelder sliep nog, dus wandelden we Bistro Montparnasse binnen.

Deze lunchroom verkoopt permanent haar inboedel. Ze profileert zich als een combinatie van antiekzaak en eetgelegenheid. Antiek zag ik er weinig, wel heel veel kringloopwinkelachtigs, wat de sfeer zeker ten goede komt. Van vloer tot aan plafond, overal staat gebruikte koopwaar. Ik bestelde een broodje kaas en een koffie en, vooruit dan maar, een jonge jenever om de boel op gang te krijgen. Mijn zoon bestelde een Croc Boem Boem omdat de naam hem wel aanstond. Het bleek een tosti te zijn die, hoe speels, verstopt is in een berg spaghettisaus. Mijn vrouw vond het lijken op een slagveld en legde zo een link met de naam. Voor mijn oudste dochter bestelde ik zonder het haar te vragen carpaccio. Kun jij mijn gedachten lezen, vroeg ze. Automatisme, antwoordde ik.

Verkwikt deden we nog wat stad om snel in de Trollenkelder te geraken. Tegen vijven, krap een uur na opening, zat dit toeristische café op één tafeltje na al helemaal vol. Vanuit de kou een warme kroeg in ervaar ik als het grootste genot, appte ik mijn favoriete collega. Hij reageerde dat hij het fijn vond dat ik er even tussenuit was en dat dat beviel. Het streelde me dat niet alles vlekkeloos verliep op de zaak. Ik dacht aan opslag en raadde daarmee waarschijnlijk de gedachten van mijn chef. Seks op zaterdagochtend is zijn grootste genot. Voor mij ook, op één na dan. Maar meestal schiet het er bij in omdat ik elke zaterdag de Nissan Micra al vroeg een wasbeurt geef.

Belgisch bier is een heerlijk smeermiddel. Omdat mijn kinderen niet goed weten wat ze wel en niet tegen hun ouders kunnen vertellen, pulkten ze aan bierviltjes. Krap een bier later had ik ze aan het praten. “Als ik zweer dat ik niks geloof van wat jullie zeggen,” zei ik. “Dan kunnen jullie gerust alles aan mij vertellen.” Goeie deal, vonden ze, dus ik spuugde tussen wijs- en middelvinger door naar de vloer, waar precies op dat moment het witte hondje van het stel aan het tafeltje naast ons liep. Gelukkig zagen ze niks.

Mijn kinderen wonen op kamers, maar blijken zich daar meestentijds niet op te houden. Mijn vrouw stopte vingers in haar oren toen de kinderen vertelden dat de gordijnen vaak de hele dag dicht zijn. “Dat kan toch niet! Wat moeten de buren wel niet denken?” Buren? Nee, die kenden ze niet. Maar gordijnen openen als het donker is, vonden ze raar. “Maar mam, we zijn er alleen als het donker is.” Leuke verhalen, waar ik niks van hoef te geloven. Mijn vrouw zei te willen dat ze het ook niet kon geloven. Kwestie van zweren, zei ik. De ober had zich ondertussen aangepast aan ons drinkritme. “Verras ons!” zei mijn dochter. In mijn ooghoeken zag ik het witte hondje met zijn tong zijn vacht reinigen. Mijn maag draaide. “Wat gaan we eten?” vroeg mijn zoon. Het was reeds zeven uur.

Tegen negenen hebben we ergens gegeten. Ontzettend lekker, wisten mijn kinderen me de ochtend erna aan de ontbijttafel te vertellen. “Hebben we nog ergens gegeten?” vroeg mijn vrouw. Mijn kinderen bleven maar lachen. “Pap?” vroeg een van hen. “Jij hebt geen Instagram, toch?” Tijdens het pakken appte mijn favoriete collega. Hij nam aan dat het gezellig was geweest.

Meer verhalen van Joris lees je hier
terug

Belgisch

Bier

Heerijk

Smeermiddel