Kind worden

- 23 August 2018 door Edwin Timmers -

Hij had ruim zes uur aan de overlegtafel gezeten en was bekaf. Struikelend liep hij de trap naar de stationsrestauratie op, elke volgende trede leek hem een verrassing. Honderd-nog-wat argumenten en tegenargumenten hadden letterlijk zijn blik vertroebeld. Welbewust koos hij een tafeltje naast dat waaraan een jonge moeder haar mummelende kind een prakje uit een glazen potje voerde, hopend dat de koddige besognes van dit koppel hem terug in de werkelijkheid zou brengen. Hij nam plaats en appte zijn vrouw dat hij een trein later nam. "Even een beetje bijkomen met een kopje thee," sloot hij het berichtje af.
“Waarmee kan ik u van dienst zijn?” vroeg een keurig geklede vrouw hem. Hij schrok van haar stem; het kind aan het belendende tafeltje hikte. “U wilt me van dienst zijn?” reageerde hij traag. “Waarmee denkt u mij van dienst te willen zijn?” De vrouw liet zich een lachje ontvallen waarin een scheutje paniek meeklonk. Ze herpakte zich in luttele seconden: “Nou meneer, ik bedoel, wilt u iets drinken, of misschien iets eten?” Opgelucht zuchtte hij. “Zojuist appte ik mijn vrouw dat ik voor vertrek nog een kopje thee neem. Laten we dat dus maar doen.”

Het kindje hikte en boerde een golfje oranje brij op. Het liep als lava over de onderlip. De man richtte zich tot het wezentje en zei ‘piepie-piepie-boe’, waarop het lachte. “Een vrolijk kind, mevrouw”, complimenteerde hij de moeder, die radeloos straalde. “Ik denk niet dat dit meneertje een groenteneter wordt. Alles komt eruit zoals het erin ging.” Ze poetste de brij van het gezicht van haar koter.

De vrouw van de bediening stond weer aan het tafeltje, zonder thee. “Ik vergat u te vragen welk smaakje u wilde.” De man verafschuwt smaakjes, met name de zoete die fruitnamen dragen. “Het mag alles zijn, als het maar geen rooibos- of vruchtenthee is.” De vrouw knikte en vertrok weer. De moeder gaf haar kleine een soepstengel. “Het is niet altijd gemakkelijk met die kinderen. Probeer er desondanks van te genieten,” troostte de man. “Probeer het, want beter wordt het niet.”

Opnieuw stond de vrouw van de bediening zonder thee aan het tafeltje. “We hebben alleen maar rooibos- en vruchtenthee. Sorry.” Ze keek er gemaakt beteuterd bij. De man zuchtte. “Prrrrt!” proestte de kleine naast hem vrolijk terwijl hij mama vol in het oog raakte met de soepstengel. Een paar druppeltjes oranje prut landden op het witte overhemd van de man. Hij reikte naar het potje en vroeg de moeder: “Mag ik?” De moeder vond het best. Vervolgens wendde de man zich naar de bediende: “Weet u wat, laat de thee maar zitten. Ik houd het bij dit hapje.”
terug

beter

wordt

het

niet