Kleine huisjes

- 26 July 2017 door Edwin Timmers -

Wie gelukkig wil worden, bouwt zichzelf een cel. Monniken wisten het al. Ik volgde hun voorbeeld zeven jaar geleden. Ik bouwde me een cel om te ontsnappen aan de terreur van de televisie. Zou ik aan het hoofd van mijn gezin staan, zou de centrale plek in huis niet de televisie zijn. Als boekenliefhebber wilde ik een plek waar ik een boek kan lezen. Het toilet was lang die plek, maar dat werd me te gortig. Op een dag kocht ik bouwmaterialen en een paar weken later zat ik, een beetje onwennig nog, in mijn zelfgebouwde cel van drie bij drie op zolder. Het rook er naar vers gezaagd hout. Vanaf die dag ben ik een gelukkiger mens.
Trendwatchers zullen mijn cel een ‘man cave’ noemen. Nu is het zo dat ik trendwatchers, net als goeroes en voetbalcommentatoren niet hoog heb zitten. Waarom noemen zij de woonruimte waar de televisie staat niet ‘vrouw hol’? Het hedendaagse gezin is een claimcultuur, en er zijn grenzen aan het claimen van mij. Als samen televisie kijken onderdeel van opvoeden is, voed ik liever niet op. De beeldbuis is een baggersluis. Binge-watchen is een compulsieve stoornis, niets om trots op te zijn. Zoek hulp! Of bouw een cel.

Vorige week schreef ik een blog met de titel ‘Een remontabele woning’. Hierin verwijs ik naar de bouw van The Green House in Utrecht. Naar aanleiding van een artikel over ‘tiny houses’ (kleine huisjes), dat ik vandaag las, denk ik dat The Green House al achterhaald is voordat het er staat.

De tiny houses zijn ‘piepkleine huisjes van hooguit vijftig vierkante meter, eenvoudig in elkaar te zetten, snel te verplaatsen, en gemaakt van duurzaam materiaal’. Vijftig vierkante meter is nog altijd best groot – bejaardenwoningen, ons eindstation als we geluk hebben, zijn kleiner, maar dat terzijde. De toename van kleine huisjes correleert met de toename van het aantal eenpersoonshuishoudens. Mensen die zelfvoorzienend willen zijn, financieel ongebonden en duurzaam willen leven met zo min mogelijk spullen, kiezen voor klein. Maar er is meer aan de hand: een veranderende leefstijl.

Een groeiende groep met name jonge, hoogopgeleide huishoudens kiest voor ervaringen in plaats van bezit: zij besteden liever hun geld aan reizen, festivals of horeca dan aan een dure auto of een groot huis. Ze leven flexibel, vaak alleen en wisselen gemakkelijk van baan.

Centraal in het huis waar ik woon staat een televisie. Wat ik verzuimde te vertellen is dat steeds meer ruimte rondom dit toestel wordt ingenomen door mijn boeken en platen. Ons huis slibt langzaam dicht, dankzij mij. Sinds enige tijd begin ik mijn bezit te wantrouwen. Moet ik die boeken en platen niet weggeven om er niet onder te bezwijken?

“Knibbel knabbel knuistje, wie snoept er van mijn huisje?”

De heks wou soep trekken van Hans en Grietje. Ze maakte van haar huisje een zoete lokvogel. Als ik mijn boeken en platen nu eens als een lokvogel tegen de buitenmuur aanzet. Misschien komen er mensen op af. Misschien moet ik hen uitnodigen om over dit culturele snoepgoed te ouwehoeren. Mijn huis, mijn cel, mijn man cave zou dan een sociale ruimte worden voor het delen van ervaringen. Misschien moeten we af van het huis als bezit. Elke dag ergens anders zijn, precies wat boeken doen.
terug

knibbel

knabbel

knuistje